Kies een pagina bij: of
7daweb.com
 Fundamenteel geloofspunt 23 - De dienst van Christus

voorpagina > 1844 > geloofspunt 23

Er is een heiligdom in de hemel, de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, en niet een mens. Daarin doet Christus dienst, ons ten goede, en maakt Hij de resultaten van zijn zoenoffer, dat eens en voor altijd aan het kruis is gebracht, beschikbaar voor alle gelovigen.

Hij werd als onze grote Hogepriester ingewijd en begon zijn bemiddelende dienst bij zijn Hemelvaart. In 1844, aan het einde van het profetische tijdperk van 2300 dagen, begon Hij aan de tweede en laatste fase van zijn verzoeningswerk. Dat is een werk van onderzoekend oordeel, dat deel uitmaakt van de uiteindelijke verdelging van alle zonde, uitgebeeld in de reiniging van het Hebreeuwse heiligdom, uit de oudheid, op de Grote Verzoendag.

In deze zinnebeeldige dienst werd het heiligdom gereinigd met bloed van dierenoffers, maar de hemelse dingen worden gereinigd door het volmaakte offer van het bloed van Christus.

Het onderzoekend oordeel openbaart aan de hemelse wezens welke doden in Christus zijn ontslapen en daarom, in Hem, waardig worden geacht deel te hebben aan de eerste opstanding.

Het maakt ook duidelijk welke van de levenden in Christus standhouden, de geboden van God en het geloof van Jezus bewaren, en daarom in Hem gereed zijn voor opneming in zijn eeuwig koninkrijk.

Dit oordeel toont de gerechtigheid van God aan in de verlossing van hen die in Christus geloven.

Het verklaart dat zij die God trouw zijn gebleven, het koninkrijk zullen ontvangen. De voltooiing van dit dienstwerk van Christus luidt het einde van de genadetijd voor de mens, vlak voor de wederkomst, in.

Leviticus 16 – Over de Grote Verzoendag.

Numeri 14:34 – Overeenkomstig het aantal dagen, gedurende welke gij het land verspied hebt, veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig jaar lang boeten, voor elke dag één jaar, opdat hij weet wat het betekent, als Ik Mij afkeer.

Ezechiël 4:6 – Als gij dit hebt volbracht, zult hij opnieuw gaan liggen, op uw rechterzijde; dan zult gij de ongerechtigheid dragen van het huis van Juda: veertig dagen; voor elk jaar leg Ik u een dag op.

Daniël 7:9-27 – Over het droomgezicht van de vier dieren.

Daniël 8:13,14 – Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zeide tot degene die gesproken had: Hoelang zal dit gezicht gelden – het dagelijks offer en de ontzettende overtreding, het prijsgeven van het heiligdom en het vertrappen van het heer? En hij zeide tot mij: Tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.

Daniël 9:24-27 – De openbaring aangaande de zeventig weken.

Hebreeën 1:3 – Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in de hoge.

Hebreeën 8:1-5 – De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel; die de Here opgericht heeft, en niet een mens. v.v.

Hebreeën 9:11-28 – Over de nieuwe ordening.

Openbaring 14:12 – Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.

Openbaring 20:12 – En ik zag de doeden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend; het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Openbaring 22:12 – Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is.

naar begin van document