|
voorpagina > 1844 > de zeventig zeventallen
De zeventig zeventallen
Het is duidelijk dat het getal zeventig uit Daniël 9:24 aansluit bij de zeventig jaren uit de profetie van Jeremia. Het is ook duidelijk dat het tijdvak groter is dan deze zeventig jaren. De letterlijke vertaling spreekt van zeventig zeventallen. Gewoonlijk vertaalt men dit woord 'zeventallen' met 'weken', een betekenis die het ook heel vaak heeft. Aan gewone weken moet in elk geval niet gedacht worden. De algemene opvatting is dan ook dat 'jaarweken', perioden van telkens 7 jaren bedoeld zijn, zodat het hier zou gaan over een tijdruimte van 70 x 7 = 490 jaren.
Daniël 9:24 Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad (NBG).
Daniël 9:24 Zeventig zeventallen zijn afgezonderd over uw volk en uw heilige stad (KV Daniël, 183 opnieuw uit de grondtekst vertaald).
Daniël 9:24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad (Statenvertaling).
Daniël 9:24 Voor je volk en voor je heilige stad is een duur van zeventig weken vastgesteld (Willibrord-vertaling).
Toch is het niet zo zeker dat van 'jaren' gesproken wordt:
| • | De betekenis van 'jaarweek' komt nergens in het Oude Testament voor, dus er is geen enkele aanwijzing dat hier precies aan perioden van zeven jaren gedacht moet worden; |
| • | Bij de opvatting dat het jaarweken betreft, komt men nooit goed uit met de chronologische berekeningen die daaruit volgen; |
| • | Ligt het wel in de bedoeling van God om het precies aangeven van bepaalde perioden mogelijk te maken? Deze vraag is belangrijk omdat in de chronologie van Daniël 9 de komst van Christus is opgenomen. Het is niet aannemelijk dat het Gods bedoeling zou zijn om het tijdstip van Christus komst nauwkeurig te kunnen berekenen, evenmin als het niet mogelijk is om het tijdstip van de wederkomst van Christus te berekenen. |
Uiteraard zijn er wel voorbeelden van profetische voorzeggingen te vinden waarbij de genoemde periodes wel chronologisch zijn aan te geven. Denk aan de profetie van Jeremia over de zeventig jaren (Jeremia 29:10) en aan de aankondiging van het stoppen van het dagelijkse offer in Daniël 8:14. Maar daarbij gaat het slechts om de tijdsbepaling van één gebeurtenis, en niet om de chronologie van een hele periode.
Het meest juist is het dan ook om de 'zeventallen' te beschouwen als tijdruimten van niet nauwkeurig bepaalde duur; het woord 'zevental' wordt dan gebruikt, waarmee een afgesloten, afgerond en een eenheid vormend tijdvak wordt bedoeld (KV Daniël, 193-194).
Er zijn veel voorbeelden te noemen die erop wijzen dat zeven dagen, weken of jaren verstaan worden als een totale duur, een volle, afgesloten periode (het sabbatsjaar, het jubeljaar, zeven jaren van overvloed en zeven hongerjaren in Egypte, de priesterwijding, Pasen). [
] Het gaat er steeds om dat niet de tijd als zodanig volledig is, maar dat datgene wat in de betreffende periode gebeurt of gedaan wordt tot volle gelding, in perfectie tot stand komt: de honger, het feest, het wachten de voorbereiding, de oogst. Het rouwen of het vasten moet ook zeven dagen duren om af te zijn (DGDB, 61-62).
Genesis 50:10 En toen zij gekomen waren bij de Doornen-dorsvloer aan de overzijde van de Jordaan, hielden zij daar een grote en zeer plechtige rouwklacht, en hij (Jozef) liet over zijn vader (Jakob) zeven dagen rouw bedrijven.
1 Samuël 31:13 Zijn namen hun gebeente (van Saul en zijn zonen) en begroeven het onder de tamarisk te Jabes. Toen vastten zij zeven dagen lang.
Deze zeventig zeventallen zijn afgezonderd over Daniëls volk en stad. [
] 'Afgezonderd' - het in het oorspronkelijke gebruikte woord, dat uitsluitend op deze plaats voorkomt, heeft de grondbetekenis van 'snijden'; we moeten hier dus denken aan een bepaalde tijdruimte die met een bepaalde bestemming is afgesneden, en dus afgezonderd van de overige tijd. Het gaat hier om een tijdruimte die van bijzondere betekenis is voor het volk Israël en voor de heilige stad Jeruzalem (KV Daniël, 195).
Periode 1 de eerste zeven zeventallen
Daniël 9:25 Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken;
Voor het vaststellen van het begin van de eerste periode van zeven zeventallen moeten eerst de verschillende mogelijkheden op een rij worden gezet. Deze mogelijkheden kunnen worden teruggebracht tot twee hoofdgroepen:
Het woord uit Daniël 9:25 moet worden beschouwd als een profetische Godsspraak:
| • | Het startpunt ligt bij de profetie van Jeremia aangaande de 70 jaren in de tijd van Zedekia, omstreeks 595 voor Christus (Jeremia 29:10); |
| • | Het startpunt ligt bij de voorzeggingen van Jeremia met betrekking tot het herstel van Israël, uit de tijd rondom de verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus (Jeremia 30 en 31); |
| • | Het startpunt ligt bij de voorzegging van Jeremia uit het vierde jaar van Jojakim in 605 voor Christus (Jeremia 25:11-14); |
Het woord uit Daniël 9:25 betreft een koninklijk besluit, waarbij tot de herbouw van Jeruzalem besloten wordt, of deze in elk geval toegestaan wordt:
| • | Het startpunt ligt bij het edict van Cyrus in 538 voor Christus, waarna de Joden mochten terugkeren naar hun land (Ezra 1:2-4); |
| • | Het startpunt ligt bij het besluit van Darius Hytstaspes, waarbij het edict van Cyrus bevestigd werd (Ezra 6:6-12); |
| • | Het startpunt ligt bij de volmacht die door Artaxerxes I Longimanus in zijn zevende regeringsjaar (458 voor Christus) aan Ezra en de zijnen werd gegeven (Ezra 7:11-26); |
| • | Het startpunt ligt bij de aanbevelingsbrief die Artaxerxes in zijn twintigste regeringsjaar (445 voor Christus) aan Nehemia werd gegeven (Nehemia 2:8). |
Eigenlijk hoeven alleen de mogelijkheden 1 en 4 worden overwogen (595 of 538 voor Christus). Wanneer het woord een Godsspraak betreft spreekt het voor zich de profetie waarover Daniël 9 gaat als uitgangspunt te nemen. Wanneer het woord een koninklijk besluit betreft moet het die van Cyrus zijn, de andere zijn slechts bevestigingen en opvolgers van dit besluit. Alle andere mogelijkheden worden alleen door uitleggers gebruikt om goed uit te komen met de chronologische tijdschemas wanneer men aan een zevental precies zeven jaren toekent.
Het edict van Cyrus wijst op een uitspraak die het herstel en de opbouw van Jeruzalem ten gevolge heeft. Maar volgens het tweede gedeelte van 9:25 wordt pas in de tweede periode het herstel en de opbouw uitgevoerd. Daarnaast is het logisch om ook de periode zelf waarover de profetie van Daniël 9 spreekt mee te nemen.
Ook al is het einde van de eerste periode afhankelijk is van het tijdstip waarop die begint, het is waarschijnlijk dat deze eindigt bij de vervulling van de profetie, bij Cyrus. Daarvoor pleit verder dat Cyrus ook door Jesaja met de naam 'gezalfde' wordt aangeduid. Met de gezalfde uit 9:26 wordt echter niet Cyrus bedoeld, dat kan alleen wanneer de 7 en 62 zeventallen samen worden genomen, wat in strijd is met de context.
De eerste periode loopt dus vanaf het ogenblik dat Jeremia zijn profetie van 29:10 uitsprak, tot op het optreden van Cyrus (KV Daniël, 198-200).
Periode 2 de 62 zeventallen
Daniël 9:25 Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden.
Over de tweede periode, die een duur van 62 zeventallen van de in totaal 70 zeventallen in beslag neemt kan geen misverstand bestaan. In die periode zal Jeruzalem worden hersteld en opgebouwd. De tekst geeft aan dat de stad zowel hersteld zal worden als in opgebouwde staat zal blijven gedurende deze periode. De toevoeging 'plein en gracht' (plein en straat volgens anderen) geeft aan dat het om Jeruzalem in zijn totaliteit gaat.
'In de druk der tijden' geeft aan onder welke omstandigheden de teruggekeerde ballingen de herbouw van de stad en de tempel hebben gerealiseerd, wat ook terug te vinden is in de boeken van Ezra en Nehemia.
Ezra 4:1 vv. - Toen de tegenstanders van Juda en Benjamin hoorden, dat zij die in ballingschap waren geweest, een tempel voor de HERE, de God van Israël, bouwden...
Nehemia 2:10 - Toen de Horoniet Sanballat en de Ammonitische slaaf Tobia het hoorden, werden zij er zeer hevig over ontstemd, dat er iemand gekomen was om het goede voor de Israëlieten te zoeken.
Intussen mag er wel de aandacht op gevestigd worden, dat ook de herbouw van Jeruzalem geruime tijd in beslag heeft genomen; in 538 voor Chr. vaardigde Cyrus zijn edict uit dat de Joden verlof gaf tot de terugkeer naar hun land, maar nog in de dagen van Nehemia (445 voor Chr.) lagen de muren en poorten van de stad in puin, en het is eerst deze geweest die de wederopbouw tot voltooiing heeft gebracht (KV Daniël, 200-201).
Periode 3 het laatste zevental
Daniël 9:26,27 En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is. En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is (NBG).
Daniël 9:26,27 En na de twee en zestig zeventallen zal een gezalfde worden uitgeroeid, doch zonder iets voor hem; en de stad en het heiligdom zal het volk van een vorst te gronde richten, en het einde zal komen in de vloed, en tot het einde zal er oorlog zijn, vastbesloten verwoestingen. Zo zal het verbond der velen zich krachtig betonen één zevental, en de helft van het zevental zal slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester daar zijn, en wel tot aan het uiterste toe; en wat vastbesloten is zal worden uitgestort over wat woest is (KV Daniël, 183 opnieuw uit de grondtekst vertaald).
Omdat de periode van deze profetie van groot belang is en van bijzondere betekenis zal zijn, wordt met de gezalfde die uitgeroeid wordt ongetwijfeld de kruisdood van Christus bedoeld, zonder dat Hij een misdaad begaan had. Hiermee worden de aangekondigde gebeurtenissen uit vers 24 vervuld.
Het volk van een vorst is het Romeinse volk, dat Jeruzalem met de tempel in 70 na Chr. heeft verwoest, waarmee het einde komt aan Joodse volksbestaan in nationale zin omdat God Israël zal straffen voor het verwerpen van de Messias. De overstroming doet dan ook denken aan de zondvloed en de vloed waardoor Farao en zijn leger werden verslagen. Tot die tijd zal het volk nog oorlog moeten voeren en te maken krijgen met verwoestingen.
In dezelfde periode zal het verbond tussen de HERE en zijn volk nog beter zichtbaar worden. Christus kruisdood zal een einde maken aan de offers. Maar de verwoester, het Romeinse leger, zal doorgaan met de afbraak en vernietiging van Jeruzalem, het Joodse volk als verwerper van de Messias die door God gezonden is.
De toekomst
Wanneer de verzen 25-27 in het licht van vers 24 worden bekeken - zij zijn een uitwerking van vers 24 - wordt duidelijk dat er toch nog een hoopvolle toekomst is. Terwijl het Israël van nu nog maar een schaduw is van het vroegere volk van God, en de schaduwachtige tempeldienst van Israël vervangen is door de dienst van Christus, is de weg vrijgemaakt voor de christelijke kerk.
De zeventig zeventallen volgens adventisten
In navolging van de algemene opvatting dat het woord 'zeventallen' met 'jaarweken' mag worden vertaald, beschouwen adventisten de zeventig zeventallen als 70 x 7 = 490 jaren. Deze worden vervolgens 'afgesneden' van de 2300 jaren uit Daniël 8:14.
De redenering hierachter is dat het gezicht van de 2300 avonden en morgens uit Daniël 8 niet verklaard zou zijn in hetzelfde hoofdstuk, terwijl de betekenis van de ram en de geitebok wel is uitgelegd. De verklaring van het gezicht van de avonden en morgens is volgens adventisten te vinden in hoofdstuk 9.
Daniël 9 beschrijft dus geen visioen, maar geeft aan het eind van hoofdstuk alleen een uitleg van een eerder gegeven en nog niet verklaard visioen (ABV, 52).
Vervolgens dienen de 490 jaren uit Daniël 9 ergens vanaf gesneden te worden, omdat in de grondtekst het woord 'snijden' wordt gebruikt. Omdat het alleen mogelijk is om iets van een groter geheel af te snijden ligt het voor de hand de 490 jaren van de 2300 jaren uit Daniël 8 af te snijden. Beide periodes zijn namelijk onderdeel van een tijdsprofetie.
Adventisten maken er aanspraak op dat de letterlijke betekenis van het stamwoord dat in Daniël 9:24 wordt gebruikt 'afgesneden' betekent en daarom worden de zeventig weken afgesneden van de 2300 dagen (ABV, 55).
De tijdsprofetie van de zeventig weken wordt dus afgesneden. Als dit zo is, dan moet deze dus ergens van afgesneden worden. De enige mogelijkheid is de langere tijdsprofetie van de 2300 dagen van het vorige visioen, waarnaar Gabriël de profeet Daniël terugverwees (ABV, 56).
Vervolgens wordt in de uitleg van Daniël toegewerkt naar 1844, het jaar waarin volgens de Millerbeweging eerst Christus terug zou komen, maar waaraan later een andere betekenis is gegeven (ABV, 56-60):
| • | 457 voor Christus beginpunt van de 2300 jaren en de 490 jaren; |
| Daniël 8:14 En hij zeide tot mij: Tweeduizend driehonderd avonden en morgens dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.
| | Daniël 9:24 Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven.
|
| • | 457 voor Christus begin van de eerste 7 weken (49 jaren) bevel tot herstel en herbouw van Jeruzalem in het zevende jaar van koning Arthahsasta; |
| Daniël 9:25 Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken.
| | Ezra 7:7 Zo trokken ook een aantal Israëlieten en priesters, Levieten, zangers, poortwachters en tempelhorigen naar Jeruzalem, in het zevende jaar van koning Arthahsasta.
|
| • | 408 voor Christus einde van de eerste 7 weken (49 jaren) / begin van de 62 weken (434 jaren); |
| • | 27 na Christus einde van 7+62 weken (483 jaren) / begin van laatste week (7 jaren) Jezus wordt gedoopt en begint zijn dienstwerk (waarbij het jaar nul niet bestaat); |
| Daniël 9:25 Tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken. |
| Lucas 3:21-22 En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende, en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen. |
| • | 31 na Christus na een halve week (3,5 jaar) kruisiging van Christus, waarmee een einde kwam aan het offerstelsel; |
| Daniël 9:26 En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid. |
| Daniël 9:27 In de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. |
| • | 34 na Christus na een halve week (3,5 jaar) / einde van laatste week (7 jaren) / einde van de 70 weken (490 jaren) de dood van Stefanus en de zware vervolging die daarna ontstond tegen de gemeente te Jeruzalem bezegelden de officiële verwerping van Jezus. |
| Daniël 9:27 En op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe. |
| Handelingen 8:1 En er onstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem en allen werden verstrooid over de streken van Judéa en Samaria, met uitzondering van de apostelen. |
| • | 1844 einde van de 2300 jaren herstel van het heiligdom. |
De zeventig weken worden afgesneden van het begin van de 2300 dagen, want er doen zich twee grote problemen voor als de zeventig weken van het eind van de 2300 dagen worden afgesneden (ABV, 61-62):
| 1. | "De 2300 dagen zouden eindigen in het jaar 34 van onze jaartelling, waardoor het begin van de tijdsperiode in het jaar 2267 van onze jaartelling komt te liggen. [
] Wij weten dat Babylon de eerste natie is in onze profetische studies. Als wij zeventig weken van het einde van de 2300 dagen afsnijden, komt het begin uit op ruim 1600 jaar vóór Babylon duidelijk buiten het tijdsbestek van alles waarover deze profetie handelt." |
| 2. | De reiniging van het heiligdom "moet komen na de 1260-jarige periode van vervolging door de kleine horen, die eindigt in het jaar 1798. Het jaar 34 voor de reiniging van het heiligdom kan dus niet juist zijn. Bovendien zegt Daniël tot driemaal toe, dat het visioen in Daniël 8 ziet op de tijd van het einde en het jaar 34 is daarvan zeer ver verwijderd." |
"Zelfs als mensen over de datum van 457 voor onze jaartelling van mening zouden verschillen, kan men niet een andere datum vaststellen die daar heel ver van afwijkt, omdat deze profetie gebaseerd is op Jezus. [
] Het leven van Jezus is onze verzekering dat de profetie correct is. Hijzelf vormt de basis daarvoor. De profetie is zo zeker als Jezus zelf" (ABV, 63).
Geen vastgestelde periodes
Er zijn veel argumenten tegen het bovengenoemde chronologische tijdschema aan te dragen:
| • | Daniël 9 staat op zichzelf en er wordt onterecht een koppeling gelegd tussen de zeventig zeventallen en de 2300 avonden en morgens uit Daniël 8:14. Dit betekenis van het laatste vers is heel duidelijk in het visioen van hoofdstuk 8 beschreven. Zie de paragraaf over de visioenen in Daniël 8 en 9; |
| • | Er wordt geen enkele beschrijving gegeven van het tijdstip na de eerste 7 zeventallen (49 jaren), terwijl er niet voor niets in de tekst een onderscheid wordt gemaakt tussen 7+62 zeventallen. Wanneer de schrijver 69 zeventallen had bedoeld dan was dit onderscheid niet in de tekst gemaakt. Bovendien laat de vermelding in Daniël 9:26 duidelijk zien dat het om een afzonderlijke periode van 62 zeventallen gaat; |
| • | Het bevel tot herstel van Jeruzalem werd al eerder door Darius gegeven. Andere edicten zijn slechts een bevestiging ervan; |
| • | Het dienstwerk van Jezus begon niet pas bij zijn doop, zijn hele leven stond in het teken van dienstbaarheid. Vanaf Hemelvaart pleit Hij voor ons bij de Vader; |
| • | Om op de kritiek van adventisten op een andere verklaring van de 2300 dagen dan als 2300 jaren (nl. een onnauwkeurige bepaling van 1150 dagen) in te gaan: de periodes van 3,5 jaar kunnen niet zo nauwkeurig worden vastgesteld, dat de verklaring van adventisten, dat het de doop van Jezus en de dood van Stefanus betreft, geldig kan worden geacht; |
| • | Er wordt geen verklaring gegeven voor het eerste deel van 9:27 (En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang); |
| • | Deze interpretatie van de zeventig zeventallen wordt door geen enkele andere tekst uit de Bijbel ondersteund; |
| • | Het herstel van het heiligdom betreft niet het hemelse heiligdom, maar het heiligdom in de tijd van Antiochus Epiphanes; |
| • | De 2300 avonden en morgens stellen geen 2300 jaren voor. Zie de paragraaf over de 2300 avonden en morgens; |
| • | De zeventig zeventallen stellen geen vooraf vastgestelde vaste periodes voor, zoals hiervoor beschreven is. |
|