Kies een pagina bij: of
7daweb.com
 De vrije wil laatste wijziging 3 april 2002 

voorpagina > vrije wil

Heeft de mens een keuze om God te verwerpen wanneer God voor hem heeft gekozen? Waar ligt de uiteindelijke beslissing? Volgens de leer van de kerk van de zevende-dags adventisten ligt deze bij de mens. De mens kiest voor God. Anderen geloven het tegenovergestelde: God heeft voor ons gekozen, en is daarbij niet van onze wil afhankelijk. Die vrije wil is dus helemaal niet zo vrij, deze ligt binnen de grenzen die God stelt. Maar dat betekent niet dat de mens geen verantwoordelijkheden heeft.

De mens kiest voor God

"God schiep de mens met een vrije wil. Geen marionetten maar wezens met een eigen keuze. De juistheid van die keuzes valt te ijken aan het menselijke geweten en aan het leerboek met waardevolle adviezen voor optimaal geluk dat God de mens gaf: de Bijbel" ('Waar halen ze in Godsnaam hun optimisme vandaan?').

Arminianisme

"Voor de meer theologisch onderlegden is het goed om vast te stellen dat adventisten arminiaans zijn in hun theologie. Gezien het klimaat waarin het adventisme ontstond en zich ontwikkelde zou men ook nauwelijks anders verwachten. Calvijn had in Amerika een grote invloed. Maar voor veel christenen van min of meer calvinistische signatuur (presbyterianen, gereformeerden, maar ook baptisten en episcopalen) bleek het moeilijk om de calvinistische uitverkiezingsleer in zijn volle consequenties te aanvaarden. Er moest toch ergens ook plaats zijn voor het eigen initiatief en de eigen verantwoordelijkheid van de mens! Vooral in Amerika bleek het arminianisme aan te slaan. Het paste bij het optimisme en de praktische ondernemingslust van de gemiddelde Amerikaan. En de opwekkingspredikers konden natuurlijk heel wat beter uit de voeten met een leer die de mensen een keuzemogelijkheid voorhield dan met een theologie die stelde dat alles al van eeuwigheid af definitief was beslist" (Bruinsma, 1999, pp. 45-46).

"Volgens de gangbare adventistische opvatting weet God alle dingen van tevoren - het verleden, het heden en de toekomst. Omdat Hij de val van satan en de zonde van het eerste ouderpaar voorzag, maakte Hij een verlossingsplan waarbij Christus Zich plaatsvervangend voor de schuld van de mens zou offeren en zijn genade als geschenk aan alle mensen zou worden aangeboden."

Titus 2:11 - Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen.

2 Timoteüs 1:9 - God heeft ons behouden en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden.

"God wil dat alle mensen de aangeboden genade en de gave van het eeuwige leven aannemen" (Mandemaker, 1985, p. 105).

1 Timoteüs 2:3,4 - Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

2 Petrus 3:9 - De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.

Ezechiël 33:11 - Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls?

"Hoewel wordt erkend dat de mens 'van nature' zondig is, wordt niet gesproken van 'erfzonde'. De mens is niet verantwoordelijk voor wat hij in zijn genen heeft meegekregen, maar heeft wel rekening te houden met het feit dat hij 'geneigd is tot het kwade'. Elk mens zondigt en elk mens heeft daarom verzoening nodig. Door zijn zonde heeft de mens het recht op eeuwig leven verspeeld. Maar door Christus is er uitzicht op behoud" (Bruinsma, 1999, p. 52).

"Aan het kruis maakte Hij het heil mogelijk als een vrije gift voor alle mensen. Hij nodigt heden allen uit deze gave aan te nemen en geeft ze aan allen die haar willen aannemen." (Mandemaker, 1985, pp. 105-106).

Johannes 1:12 - Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.

Efeziërs 2:8 - Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God.

Openbaring 22:17 - En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.

"De vrije wil van de mens is een beslissende factor voor zijn persoonlijk lot. Dat blijkt daaruit, dat God de mens steeds de gevolgen van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid voor ogen houdt en de zondaar verzoekt de gehoorzaamheid en het leven te kiezen." (Mandemaker, 1985, p. 106).

Deuteronomium 30:19 - Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht.

Jozua 24:15 - Maar indien het kwaad is in uw ogen, de HERE te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult: òf de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, òf de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!

Jesaja 1:16,19-20 - Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen. [...] Als gij gewillig zijt en luistert, zult gij het goede des lands eten; maar als gij weigert en weerspannig zijt, zult gij door het zwaard worden verteerd, want de mond des HEREN heeft het gesproken.

"Het blijkt verder uit het feit, dat een gelovige, die eens de genade heeft ontvangen, weer afvallig kan worden en verloren kan gaan." (Mandemaker, 1985, p. 106).

Galaten 5:4 - Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.

Hebreeën 6:4-6 - Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de heilige Geest, en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken.

Hebreeën 10:29 - Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal híj verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft?

"God kent ieders beslissing van tevoren. Maar dit vooruitzien bepaalt niet hoe die beslissing zal uitvallen. De vergissing van de calvinistische theologie met betrekking tot de predestinatie bestaat daarin dat zij duidelijke en steeds weer herhaalde verzekeringen van de Heilige Schrift over de waarde en de betekenis van de menselijke keuze als een beslissende factor voor het heil van ieder persoonlijk buiten beschouwing laat. Volgens de Bijbel bestaat de predestinatie uit de niet mis te verstane bedoeling van God allen te redden die het geloof in Jezus Christus belijden" (Mandemaker, 1985, p. 106).

Efeziërs 1:4-10 - Over de rijkdom der uitverkorenen.

Zie verder:
Fundamentele geloofspunten ZDA nr. 9

God kiest voor de mens

Synergisme

De belangrijke vraag die hier aan de orde is, kan als volgt worden geformuleerd: wáár valt de beslissing over het heil van de mens? Is ons heil uitsluitend afhankelijk van Gods verkiezend handelen? Of is de menselijke beslissingsvrijheid de bepalende factor? Sola Gratia of vrije wil (Berkouwer, 1955, p. 33)?

Tegenover dit 'of-of' wordt vaak een 'en-en' naar voren gebracht, dat de kern van het zogenaamde synergisme vormt: de Goddelijke en de menselijke beslissing werken in harmonie samen. Zo hoeft men de Goddelijke genade niet te verloochenen, wordt ook niet de beslissing exclusief bij de mens gelegd, maar zo wordt ook de menselijke beslissing gehonoreerd. De Goddelijke genade en de menselijke vrijheid worden in een bepaalde harmonieuze en evenwichtige verhouding tot elkaar gebracht. Synergisme staat dus voor harmonie, coöperatie, samenwerking (Berkouwer, 1955, p. 32).

In het algemeen kan gezegd worden dat het synergisme een oplossing wil geven voor de 'samenwerking' tussen God en mens in de tijd. Eén oplossing is dan dat de menselijke beslissingsvrijheid en reactie op het heilsaanbod als door God vooruit gekend en gezien worden bestempeld. De menselijke reactie wordt dan de conditie, waaronder de verkiezing geschiedt en gerealiseerd wordt. Sommigen voegen daar hier dan nog aan toe dat God er met de hulp van de Geest voor zorgt dat de mens aan deze voorwaarde kan voldoen (Berkouwer, 1955, pp. 35-36).

Zo spreekt ook Melanchton van drie oorzaken van bekering: het Woord, de Heilige Geest en de menselijke wil, die het Woord niet verwerpt, maar toestemt. Hoewel hij de soevereiniteit van de genade en het Sola Gratia niet wilde prijsgeven (Berkouwer, 1955, p. 33).

De zonde

Is de mens in staat om aan die derde voorwaarde voor bekering te voldoen? Kan de mens uit zichzelf toestemmen?

God heeft de mens geschapen met een vrije wil, en met eigen verantwoordelijkheden. "Wij geloven dat God de mens uit het stof van de aarde geschapen heeft en hem gemaakt en gevormd heeft naar zijn beeld en gelijkenis: goed, rechtvaardig en heilig, zodat hij met zijn wil in alles overeen kon stemmen met de wil van God" (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14).

Maar door de zondeval, het gehoor geven aan het woord van satan, is de mens onder vloek en dood gekomen. En de vrije wil is door de zondeval aangetast. De mens heeft God de rug toegekeerd. En vanaf dat moment is de mens, zijn wij, geneigd tot alle kwaad. Álle kwaad. We zijn er zelfs op uit om God en onze naaste te haten!

Genesis 6:5-6 - Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart.

Psalm 51:7 - Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.

Psalm 130:3 - Als Gij, Here, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt, Here, wie zal bestaan?

Jesaja 48:8 - Gij hebt noch gehoord noch geweten noch heeft zich vanouds uw oor geopend, want Ik wist, dat gij zeer trouweloos zijt en een overtreder heet van de moederschoot aan.

Jeremia 17:9 - Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?

Romeinen 3:23-24 - Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

Romeinen 6:23 - Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

Romeinen 7:18-23 - Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik. Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is.

Romeinen 8:7-8 - Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

Titus 3:3 - Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende.

1 Johannes 1:8,10 - Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. [...] Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.

Dit overzicht is niet volledig, "maar genoeg om te laten zien dat de zonde algemeen is, universeel en totaal. Het is de zonde gelukt zich van deze wereld en haar bewoners meester te maken. Er is geen mens, geen situatie, geen geschiedenis waarin we haar niet tegenkomen" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 370).

Kan nog van een vrije wil bij de mens gesproken worden, terwijl de Bijbel duidelijk maakt dat alle mensen onder de zonde zijn? Terwijl we het goede helemaal niet willen en niet zoeken, laat staan dat we willen en kunnen kiezen voor God? Wordt die vrije wil niet eerder beïnvloed door satan, de tegenstander van God, aan wie de mens in het paradijs gehoorzaam is geworden?

Is het niet zo, dat níemand het liefdegebod, zoals Jezus dat aan ons heeft gegeven, volledig kan volbrengen? Is het niet zo, dat níemand met heel zijn verstand en heel zijn hart God en zijn naaste liefheeft? Is het niet zo, dat wij, als wij eerlijk naar onszelf kijken, daarin tekort schieten en daardoor dit gebod al overtreden? Hoe kunnen we met zo'n onrein hart, en zonder alle kracht en verstand, dan nog wel zélf voor God kiezen?

Marcus 12:28b-31 - Welk gebod is het eerste van alle? Jezus antwoordde: Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is een, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod groter dan deze, bestaat niet.

Prediker 7:20 - Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen.

De adventistische visie dat de mens slechts rekening dient te houden met het feit dat hij 'geneigd is tot het kwade', en niet verantwoordelijk is voor 'wat hij in zijn genen heeft meegekregen', moet dan ook afgewezen worden. Deze visie wil in tegenstelling tot de Bijbel nog iets goeds aan de mens kunnen toeschrijven. Zodat de mens 'onafhankelijk van God' nog voor God kan kiezen. En dat terwijl de gehele mensheid verantwoordelijk wordt gehouden voor de zondeval. En de gehele mensheid zonder de daad van gerechtigheid van Christus wordt veroordeeld.

Romeinen 5:12,18 - Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben. [...] Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven.

1 Corinthiërs 15:22 - Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

De boodschap van de Bijbel is, dat wij niet in staat zijn om op eigen kracht tot God terug te keren. Het is niet mogelijk dat wij uit onszelf Gods genadegaven aannemen. Wij willen niet. God werkt in ons het geloof dat daarvoor nodig is. De Bijbel geeft aan dat het een genadegave van God is, dat de mens gelooft en 'ja' zegt tegen Gods beloften. Hij heeft het allemaal bewerkt. God verandert mensen.

Filippenzen 2:13 - Want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

Jesaja 65:1 - Ik ben gevonden van hen, die [naar] [Mij] niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten (Statenvertaling).

Gods verkiezing

Ons heil hangt, geloofd zij God, niet af van onze eigen wil, die het kwade zoekt, maar van Gods soevereine, verkiezende beslissing. De hoofdstukken 9-11 uit de brief aan de Romeinen staan boordevol met het verkiezend voornemen van God, dat niet is gebaseerd op werken, maar op grond daarvan dat God ertoe roept.

"God is vrij om Zich te ontfermen over wie Hij wil. Paulus gebruikt het sprekende beeld van de pottenbakker en het leem. Zoals de pottenbakker de vrije beschikking heeft over het leem, zo heeft God de macht en het recht om te doen wat Hij wil en niemand kan Hem ter verantwoording roepen" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 205).

Romeinen 9:14-22 - Over God die zich ontfermt over wie Hij wil, en over de mens die de wil van God, zijn Schepper, niet kan weerstaan.

Romeinen 9:15-16 - Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen, en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn. Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt.

Verschillende andere teksten getuigen eveneens van de verkiezing. Allen laten hetzelfde zien: God kiest, God raakt aan, God trekt, God roept, God geeft.

Johannes 6:44 - Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.

Johannes 15:16 - Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

Romeinen 8:29-30 - Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Galaten 1:15-16 - Maar toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had, zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed.

Efeziërs 2:1-10 - [...] God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, - door genade zijt gij behouden -, en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. [...]

Niet uit onszelf! Wanneer de mens zou moeten toestemmen in het door God aangeboden heil, zou dat wel een 'uit onszelf' betekenen. Het toestemmen zou een 'werk' betekenen, op grond waarvan de mens zou kunnen roemen. En God zou naar het oordeel van de mens vanwege dit 'werk' verplicht kunnen zijn om zijn genade uit te delen. Maar dan is het loon, in plaats van genade. En van loon is in de Bijbel in het geheel geen sprake. Het gaat om een gave van God.

Verder kan niemand om Efeze 1:4 heen. Daaraan voorafgaand heeft Paulus het over God de Vader, die in Christus, allerlei geestelijke zegeningen geschonken heeft. Alles gaat terug op die verkiezing in Christus.

Efeziërs 1:4 - Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.

"Er wordt niet gezegd, dat God ons uitverkoren heeft, omdat wij als gelovigen in Christus zijn, maar dat Hij ons in Christus heeft uitverkoren - niet buiten Hem om, maar in Hem" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 206). Niet in onszelf, maar in Christus. Niet omdat, maar opdat wij heilig en onberispelijk zijn.

"God verkiest niet op grond van de zaligheid van mensen, maar tot de zaligheid. [...] Niet op grond van goede werken, maar tót goede werken" (Van Amstel, 1998 , pp. 21-22).

Efeziërs 2:10 - Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Ook op andere plaatsen komen uitdrukkingen voor die wijzen op verkiezing.

2 Timotheüs 1:9-10 - God heeft ons behouden en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is voor eeuwige tijden, doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus.

God werkt het geloof in de harten van hen die Hij in zijn eeuwige raadsbesluit heeft geroepen en bestemd tot het eeuwige leven.

Handelingen 13:48 - Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwige leven, kwamen tot geloof.

Door wie anders dan door God waren zij bestemd tot het eeuwige leven? "Hij heeft bepaald, wie het eeuwige leven ontvangen en hen doet Hij ook tot geloof komen. Niet alleen vertalingen van protestantse zijde gaan in deze richting, maar ook de Willibrordvertaling: en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd, namen het geloof aan" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 204).

In het Nieuwe Testament wordt het boek des levens genoemd. "Voor de eeuwige toekomst bij God is het beslissend, of onze namen in dit boek staan. De Schrift zegt duidelijk dat dat niet van alle mensen geldt." (Van Genderen en Velema, 1992, p. 208).

Filippenzen 4:3 - Want zij hebben tezamen met mij in de prediking van het evangelie gestreden, naast Clemens en mijn overige medearbeiders, wier namen staan in het boek des levens.

Lucas 10:20 - Evenwel, verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen.

Hebreeën 12:22-23 - Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen.

Openbaring 13:8 - En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld.

Openbaring 17:8 - Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die op de aarde wonen, wier naam niet geschreven is in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat het beest was en niet is en er toch zal zijn.

Openbaring 20:15 - En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.

Openbaring 21:27 - En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.

"Het gaat om de uitverkorenen - dit woord komt in Openbaring 17:14 voor - en hun getal staat volgens Openbaring 17:8 al vóór de schepping vast. Dat wil niet zeggen, dat God alleen maar van tevoren weet, wie de zijnen zijn. Hij bepaalt het zelf. Zij zijn door Hem tot het eeuwige leven bestemd" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 208).

Openbaring 17:14 - Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen - want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen - en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.

Mattheüs 22:14 - Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

De grootsheid en naar menselijke maatstaven niet te bevatten ondoorgrondelijke genade van God die uit deze verkiezing spreekt, hoeft helemaal geen reden te zijn om terug te vallen op de gedachte van een menselijke keuze. Er hoeft niet geredeneerd of gediscussieerd te worden om daarmee toch te proberen om Gods raadbesluit te doorgronden. God kiest voor ons, wij moeten alleen maar gelovig aanvaarden en antwoorden.

De verantwoordelijkheid van de mens

Zij die de soevereiniteit van de menselijke wil of het synergisme voorstaan, zien in de overtuiging van de soevereiniteit van Gods wil ook slechts een passieve mens, een mens van wie de verantwoordelijkheid is uitgeschakeld.

Maar dat is niet juist. Uit de belijdenis van de Goddelijke soevereiniteit mag niet de conclusie worden getrokken dat de mens dus niet ten volle verantwoordelijk kan worden genoemd voor zijn daden. Uit het benadrukken van de verantwoordelijkheid van de mens, zoals die in de Bijbel naar voren komt, mag niet de conclusie worden getrokken dat er dus geen sprake kan zijn van een volstrekte soevereiniteit en een onafhankelijke Goddelijke verkiezing. Hoewel uit de Bijbel wel moet worden geconcludeerd dat beide niet op hetzelfde niveau staan (Berkouwer, 1955, p. 21).

De vrijheid van mensen in hun handelen en kiezen is alleen te verstaan in het kader van zijn relatie tot God. De mens is immers geschapen door God, en geen product van zichzelf. De mens is een schepping met beslissingsvrijheid en verantwoordelijkheid. De mens moet beslissen, handelen en kiezen. En daarvoor is hij zelf verantwoordelijk.

"De vrijheid van de mens bestaat daarin dat hij beantwoordt aan Gods bedoeling met hem. God wil een leven in liefde, een leven voor Gods aangezicht in vreugde, geluk, vrede en overvloed, in harmonie met God en de mens. Dit is een leven in liefde en gehoorzaamheid. Wie de mens uit dit verband losmaakt, maakt hem los van zijn Schepper." "De vrijheid is nooit een doel in zichzelf, zoals de mens geen doel in zichzelf is."

"Ongehoorzaamheid betekent misbruik maken van de vrijheid en daarmee kiezen voor de dood." Zonde is dat de mens zelf uitmaakt wat goed en kwaad is, zoals toen de mens in de fout ging in het paradijs. "De mens keurt en kiest, zonder te letten op Gods gebod", het 'gebod ten leven' uit Genesis 2.

Genesis 2:16-17 - En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.

De zondeval was dat de mens buiten God om vrijheid wilde verwerven. De mens wilde als God worden, op hetzelfde niveau als God komen. Dat hij daardoor zijn vrijheid ten opzichte van God misbruikt en verspeelt heeft - hij is immers in de macht van de zonde en de dood gekomen door naar satan te luisteren - betekent echter niet dat de mens ook de verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen niet meer hoeft te dragen (Van Genderen en Velema, 1992, pp. 336-338).

Johannes 8:44 - Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid.

Alleen door Jezus Christus, de Zoon van God, kunnen wij worden vrijgemaakt. Dan worden wij verlost uit de slavernij van de zonde. Dan is er ware vrijheid.

Johannes 8:36 - Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.

Galaten 5:1 - Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.

In de voorgaande bijbeltekst wordt tegelijk met de zekerheid van de vrijmaking de mens opgeroepen om stand te houden. Ook uit het gebruik van het beeld van de pottenbakker en het leem mag niet worden afgeleid dat de mens maar moet afwachten of God iets in hem of haar wil werken. Wanneer Jeremia in zijn profetie het handelen van God vergelijkt met dat van een pottenbakker, volgt daarop een oproep tot bekering.

Jeremia 18:11 - Nu dan, zeg toch tot de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem: Zo zegt de Here: zie, Ik bereid rampspoed over u en beraam tegen u een plan; bekeert u toch een ieder van zijn boze weg en betert uw handel en wandel.

De mens is een verantwoordelijk wezen die geroepen is op antwoord te geven op het Woord van God. Deze oproep wordt veelvuldig gevonden in de Bijbel. De mens wordt opgeroepen in beweging te komen. De mens moet naar God toe komen, die Hem geroepen heeft.

Marcus 1:15 - De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.

Mattheüs 11:28-30 - Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Openbaring 22:17 - Wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.

Wanneer in de Bijbel de onmisbaarheid van genade wordt gepredikt, komt ook de verantwoordelijkheid van de mens aan de orde. De mens wordt opgeroepen om tegen de zonde te strijden en weerstand te bieden aan de duivel.

Handelingen 13:43 - [...] Paulus en Barnabas [...] spraken tot hen en drongen aan om te blijven bij de genade Gods.

Romeinen 6:1-2,12-13 - Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? [...] Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God.

Jacobus 4:7 - Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.

1 Petrus 1:14,16 - Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar [...] weest heilig, want Ik ben heilig.

2 Petrus 3:17 - Weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid.

Dit weerhoudt ons ervan te berusten. Wij worden tegen de achtergrond van de verkiezing opgeroepen tot volharding.

Lucas 8:15 - Dat (het zaad dat het woord van God is, GR) in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding.

Lucas 21:18-19 - Doch geen haar van uw hoofd zal teloor gaan; door uw volharding zult gij uw leven verkrijgen.

Efeziërs 6:18 - En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;

1 Timotheüs 6:11 - Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid.

Het Goddelijk handelen schept de ruimte voor het menselijk handelen. Die ruimte wordt niet door Goddelijke overmacht teniet gedaan, maar juist geschapen, opgeroepen (Berkouwer, 1955, p. 48).

1 Johannes 5:18 - Wie uit God geboren is, bewaart zichzelf (Telos-vertaling).

Lucas 17:10 - Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moesten doen.

In de Bijbel wordt de ruimte voor menselijke activiteit helemaal niet buiten het gezichtsveld gehouden.

Johannes 6:44 - Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke.

Johannes 6:37 - Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

Maar wie uit deze menselijke activiteit concludeert dat er sprake is van synergisme, moet erop gewezen worden dat het komen rust op, z'n oorsprong vindt in het getrokken en gegeven-worden. Zo wordt het geloof gegeven, en de genade, en zo heeft Christus zijn leven gegeven. Het is het wonderlijke van het werk van de Heilige Geest dat de mens kómt, nadat hij wordt getrokken (Berkouwer, 1955, pp. 50-51).

Jeremia 20:7 - Gij hebt mij overreed, Here; en ik heb mij laten overreden; Gij zijt mij te sterk geweest en hebt overmocht.

1 Corinthiërs 12:3 - Niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest.

Er is een overmacht van liefde en genade, die helemaal niet als verstikkend, maar als ruimte-scheppend wordt ervaren. Er wordt juist over trekken gesproken als er sprake is van menselijke weerstand (Berkouwer, 1955, p. 51).

Johannes 6:41-42 - De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel nedergedaald is, en zij zeiden: Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij nu: Ik ben uit de hemel nedergedaald?

Horen, leren, getrokken- en gegeven-worden en dán komen: dat is de doorbreking van alle synergisme. De Bijbel accentueert telkens weer dat menselijke niet-kunnen. Dat staat in de meest letterlijke zin van het woord in de Bijbel beschreven (Berkouwer, 1955, pp. 51-52).

Johannes 3:27 - Geen mens kan iets aannemen, of het moet hem uit de hemel gegeven zijn.

Romeinen 8:5-8 - Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

"De relatie tussen de oorsprong van het heil in God en de beslissingen van de mensen is nimmer in een 'naast elkaar', hoe verfijnd ook uitgebouwd en verwerkt, te vatten. Activiteiten en beslissingen blijven gegrond op het exclusief schenkende handelen van God, waarin het geloof tot rust komt." Deze activiteit van de mens staat in het volle licht van het geschenk der genade, dat menselijk handelen wordt niet tot niets verschrompeld (Berkouwer, 1955, p. 52)!

Er mag dan ook geen sprake van zijn een lijdzame, afwachtende houding. De oproep tot bekering moet iedere dag klinken. De liefde van Christus moet ons, net als Paulus en zijn medewerkers, dringen tot het verkondigen van Gods woord.

2 Corinthiërs 5:11,14 - Daar wij dan weten, hoezeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons bedoelen openbaar en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar. [...] Want de liefde van Christus dringt ons.

De mens wordt bij het laatste oordeel ter verantwoording geroepen. Daaruit blijkt dat al onze handel en wandel, onze daden serieus worden genomen. En daaruit blijkt dat de mens verantwoordelijk wordt gehouden. Het oordeel gaat over alles en wij zullen niets kunnen verbergen (Van Genderen en Velema, 1992, p. 783).

Mattheüs 12:36-37 - Maar Ik zeg u: Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels, want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en naar uw woorden zult gij veroordeeld worden.

Hebreeën 4:13 - En geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.

Gelukkig is dan de mens wiens zonden, uit genade door geloof, zijn vergeven. Hij zal niet veroordeeld worden maar de eeuwige heerlijkheid mogen leven.

De menselijke verantwoordelijkheid wordt in de Bijbel ten volle gehonoreerd. De verhouding van Gods soevereiniteit en onze verantwoordelijkheid kunnen wij niet doorgronden, maar het is zeker, dat het ene niets afdoet van het andere (Van Genderen en Velema, 1992, p. 189).

Alle mensen?

Zij, bij wie de gedachte van het synergisme ingang heeft gevonden, brengen regelmatig een aantal teksten in stelling, die erop zouden wijzen dat God de genade aan iedereen aanbiedt. God zou willen dat "alle mensen behouden worden" (1 Timotheüs 2:3,4), Hij wil dat "allen tot bekering komen" (2 Petrus 3:9). Jezus Christus, de Zaligmaker der wereld, is voor allen en ieder mens gestorven. Hij heeft voor hen allen de verzoening en de vergeving van zonden verworven, maar alleen de gelovigen genieten deze vergeving.

Het bezwaar tegen deze leer van algemene verzoening is, dat de mogelijkheid tot behoud wordt losgekoppeld van het werkelijk behouden worden. De Bijbel spreekt niet over een dergelijke scheiding.

"Als Jezus in Johannes 10:27 over zijn schapen spreekt, ligt daar een tegenstelling in. Niet iedereen hoort erbij. Hij zet zijn leven in voor zijn schapen, Hij kent ze en zij kennen Hem. Hij zegt niet alleen dat Hij zijn leven voor de zijnen over heeft, maar doet ons de verzekering horen: En Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 483).

Johannes 10:25-29 - Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet; de werken, die Ik doe in de naam mijns Vaders, die getuigen van Mij; maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.

Bij de visie van algemene verzoening komt het beeld naar voren van Christus als Redder, die de reddingslijn uitwerpt naar het zinkende schip, waarna de schipbreukelingen zelf maar moeten zien, hoe zij langs die lijn gered worden. Wat als zij bewusteloos zijn, of een gebroken been hebben (Van Amstel, 1998, p. 29)? Wat, om het naar het dagelijkse leven te trekken, als het kleine kinderen betreft, of wilsonbekwame mensen?

De 'oplossing' die binnen het synergisme aangeboden wordt om deze algemene verzoening overeind te houden, namelijk dat God zelf zal redden die zichzelf niet redden kan, is een kunstmatige. Christus heeft niet alleen de mogelijkheid tot redding gebracht, maar ook de werkelijkheid.

Ook Paulus brengt het onlosmakelijke verband tussen de mogelijkheid tot behoud en het werkelijk behouden worden naar voren. In zijn tweede brief aan de inwoners van Corinthe spreekt hij van hen die gestorven zijn en opgewekt om in Christus te zijn en voor Hem te leven. Voor hen is Jezus Christus gestorven en opgewekt. En in Hem zijn zij dan ook een nieuwe schepping. Maar dat betreft dus niet iedereen.

2 Corinthiërs 5:15,17 - Eén is voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt. [...] Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.

Het karakter van het offer van Christus verandert, wanneer dat offer voor allen is gebracht, maar een kleinere groep mensen werkelijk behouden wordt. De verzoening van Christus wordt erdoor verzwakt. De inhoud ervan wordt beperkt. Bavinck zegt hierover "Als Jezus waarlijk Zaligmaker is, dan moet Hij zijn volk ook werkelijk zalig maken, niet mogelijk, maar werkelijk en metterdaad, volkomen en eeuwig" (Gereformeerde Dogmatiek, III, p. 463; in: Van Genderen en Velema, 1992, p. 483).

Anders krijgt de christen een functie. Hij moet toestemmen in het heil, waardoor het heil toegepast wordt. Het geloof is dan een werk, dat bij het volbrachte werk van Christus moet komen, die alles voor ons gedaan heeft.

Wanneer men toch vooral wel het geloof als een gave van God wil blijven zien, blijven er bedenkingen. "Als Christus alle mensen met God verzoend heeft en de Heilige Geest het geloof toch niet aan allen schenkt, wordt het werk van de Geest tegenover dat van Christus gesteld. Is er dan geen spanning of conflict in God?" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 483).

Daarnaast zijn de teksten over de verkiezing in eeuwigheid door Gods raadsbesluit niet te ontkennen. Naast de eerder genoemde teksten zijn de volgende te noemen.

Johannes 17:9-10 - Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U, en al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt (cursivering GR).

Efeziërs 5:25-27 - Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet (cursivering GR).

Openbaring 5:9 - En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie.

Verder moet opgemerkt worden dat de woorden 'alle' of 'allen' in vele verschillende betekenissen in de Bijbel wordt gebruikt, en zelden in de zin van 'allemaal' of 'een ieder persoonlijk'. Het woord 'allen' kan worden geïnterpreteerd als 'allerlei mensen'. Bij 1 Tim. 2:6 wordt dan ook het volgende gezegd: "Het heil is voor alle categorieën en gaat boven alle menselijke indelingen en beperkingen uit. De apostel brengt dat met nadruk naar voren vanwege de judaïstische opvattingen, waarmee hij telkens te maken kreeg" (Van Genderen en Velema, 1992, p. 485).

Voorbeeld van teksten waar 'allen' moeilijk in de zin van 'een ieder persoonlijk', 'iedereen' op te vatten is, maar de interpretatie 'allerlei mensen' de voorkeur heeft, zijn:

1 Timotheüs 2:1 - Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen.

Voor sommigen wordt tot voorbede opgeroepen, voor anderen tot dankzegging. De gebeden "wisselen naar de personen en de omstandigheden en de nood. Vandaar de verschillende namen voor gebed. [...] Het is onmogelijk, bij dit alle te denken aan alle mensen hoofd voor hoofd, allen, die op de aarde wonen." Dat zou alleen kunnen wanneer de gemeente de omstandigheden en toestanden van iedereen kent. Zodat zij kan bepalen of zij moet smeken of voorbede moet doen. Anders wordt het gebed inhoudloos (Bouma, z.j., 54).

Johannes 12:32 - Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.

Volgens Johannes 6:44 worden zij, die getrokken worden door de Vader, opgewekt op de jongste dag. Wanneer Jezus hier in dit vers dan ook zegt dat Hij 'allen tot zich zal trekken' betekent dat 'allen' duidelijk niet iedereen.

Marcus 1:5 - En het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem, en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden.

Werd werkelijk heel Judea, of heel Jeruzalem in de Jordaan gedoopt?

Ook het woord 'wereld' betekent niet altijd wat in eerste instantie verwacht zou kunnen worden. Eén voorbeeld waarin 'wereld' duidelijk een andere betekenis heeft, komt uit Johannes 12. Betekent dit vers werkelijk dat de gehele wereld Jezus naloopt?

Johannes 12:19 - De Farizeeën dan zeiden tot elkander: Gij ziet voor uw ogen, dat gij niets bereikt; zie, de gehele wereld loopt Hem na.

Nergens in de Bijbel is te lezen van een algemene verzoening. Nergens van de mogelijkheid tot behoud van alle mensen en van de mogelijkheid van de mens om daar naar eigen believen gebruik van te maken. De boodschap voor de wereld, zoals wij die in de Bijbel vinden, luidt dan ook niet: Christus is voor u gestorven, geloof het nu maar. Nee, de boodschap is de oproep tot bekering. Laat u met God verzoenen!

2 Corinthiërs 5:20 - Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen.

Openbaring 14:6-7 - En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

Belofte en troost

De overtuiging dat het heil van de mens niet afhankelijk is van die mens zelf, wordt door tegenstanders van die visie vaak gekoppeld aan onzekerheid, angst en fatalistisch denken.

Die onzekerheid wordt misschien veroorzaakt omdat het feit van de verkiezing een geheim van God is. Gods raadsbesluit is immers niet volledig of zelfs nauwelijks door de mens te doorgronden. Alleen als Gods verkiezing wordt losgekoppeld van het geloof, komt er ruimte voor verontrusting. Men legt dan niet meer het verband tussen verkiezing en troost, maar alleen tussen verkiezing en angst en onzekerheid (Berkouwer, 1955, p. 9).

Want de troost is dat het geheim van Gods verkiezing niet helemaal verborgen blijft voor Gods kinderen. Wij weten dat dat geheim bestaat. En een deel ervan wordt ons in de Bijbel geopenbaard. En daar zullen wij het ook mee moeten doen.

Mattheüs 11:25-27 - Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.

Deuteronomium 29:29 - De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd.

1 Corinthiërs 2:7 - Maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid.

Bovendien is de belofte van het verbond, dat God met de mens sloot, een grote troost. God werkt het geloof in ons. Het is dan ook niet nodig om eerst van je eigen verkiezing overtuigd te raken, om vervolgens die belofte van God te aanvaarden. Die belofte is er. Die mag worden aangenomen zonder deze omweg. Die zekerheid wordt nergens in de Bijbel overschaduwd of bedreigd in het licht van de verkiezing. Van een spanning tussen verkiezing en zekerheid is in de Bijbel geen sprake. Integendeel, Paulus zegt bijvoorbeeld:

Efeziërs 1:4 - Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.

Romeinen 8:28 - Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

Geen willekeur

Aanhangers van de leer van het synergisme geloven in meer of mindere mate in de mens als belangrijke factor in de verkiezing. Zij hebben dan ook moeite met de overtuiging dat de mens in het geheel niet in staat is om uit zichzelf een keuze voor God te maken. Want in dat geval zou het heil van de mens volledig van God afhangen. Sommigen komen er dan toe om God te beschuldigen van willekeur. Wanneer God de ene mens zou verkiezen en de andere niet, en de mens daarin geen stem zou hebben, zou God een willekeurige God zijn. Of erger nog, God zou een dictator zijn, die mensen tegen hun wil in de hemel insleept.

Het is belangrijk om hier op deze vermeende willekeur in te gaan. Want als God in verband wordt gebracht met willekeur, wordt al ons denken en spreken over God daardoor beïnvloed. En kan men bij andere onderwerpen dan nog wel spreken over Gods trouw en onveranderlijkheid (Berkouwer, 1955, p. 56)?

De willekeur van mensen is niet gebonden aan een norm. De mens handelt, wandelt en beslist zonder rekening te houden met een boven hem staande wet. De ene keer kiest de mens voor het ene, de andere keer voor het andere. Daarom wordt willekeur vaak gezien als afkeurenswaardig. Pas als handel en wandel worden getoetst aan een autoriteit of wet, als alle beslissingen binnen een bepaald kader worden genomen, wordt willekeur vermeden. Natuurlijk moeten dan ook de wetgever zelf en andere gezagsdragers aan die wet of autoriteit zijn onderworpen (Berkouwer, 1955, p. 57).

Maar bij God is geen sprake van een boven Hem staande wet of norm of andere autoriteit, die zijn soevereiniteit zou kunnen beperken. Bij Hem is geen sprake van een raadsman. God is zichzelf tot wet. Er is níemand die God ter verantwoording kan roepen. Hij is al helemaal geen verantwoording aan de mens verschuldigd. Evenmin is het onjuist te veronderstellen dat God onderworpen zou zijn aan beschuldigingen van willekeur, als die door mensen worden geuit.

Jesaja 40:13-14 - Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman? Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg des verstands doen kennen?

Romeinen 11:34 - Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest?

Integendeel, het gaat om diepten van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods. God ontfermt zich over wie Hij zich wil ontfermen.

Romeinen 11:33,36 - O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! [...] Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.

Romeinen 9:15-16 - Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen, en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn. Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt.

De wil van God is zuiver en volmaakt. Bepaalde eigenschappen die wel op de mens van toepassing zijn, kunnen in geen geval ook aan God worden toegeschreven. God kan zichzelf niet verloochenen. God liegt niet. God kent geen berouw. God is niet onbetrouwbaar. God handelt niet met aanzien des persoons. Integendeel, in God is in het geheel geen duisternis.

2 Timotheüs 2:13 - Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Titus 1:2 - God, die niet liegt.

Numeri 23:19 - God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

Deuteronomium 10:17 - Want de Here, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt.

1 Petrus 1:17 - En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap.

1 Johannes 1:5 - God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

Tegenover de willekeur, wisselvalligheid en wetteloosheid van de mens moet dan ook de wijsheid van God gezet worden. De Bijbel spreekt over de betrouwbare God, in al zijn werken. Zo is verkiezing niet op basis van willekeur, toeval, irrationaliteiten, veranderlijkheden of ontoegankelijkheden. Gods verkiezing berust op zijn vrijheid en soevereiniteit.

Hoewel men vaak geen menselijke, onordelijke willekeur bedoelt, komt men er toch soms toe over zijn wil zo te spreken, dat die vastheid en betrouwbaarheid van Gods openbaring in geding komen. De orde van het heil, de weg die God ging vanuit zijn absolute vrijheid, zou in het licht van Gods absolute macht namelijk ook zo weer opgeheven kunnen worden. Het gebruik van het woord 'willekeur' kan schaduwen laten vallen over de heiligheid en betrouwbaarheid van God.

Alleen wanneer de mens een ander uitgangspunt heeft dan God, zijn eigen norm toepast, is Gods verkiezing pure willekeur. De verkiezing door God wordt dan als willekeur gezien omdat Gods handelen niet overeenstemt met de werken der wet of andere normen die de mens belangrijk vindt. Alleen hoogmoed en trots van mensen, en de willekeur van de zonde, brengt de mens ertoe om God van willekeur te beschuldigen. De mens is hier aan het redeneren en concluderen. Terwijl bij God geen onrechtvaardigheid te vinden is.

Romeinen 9:14 - Wat zullen wij dan zeggen? Zou er onrechtvaardigheid zijn bij God?

Gods voornemen is naar zijn norm, en niet naar die van mensen. Die norm van God is het principe van de verkiezing: het heil als goddelijk geschenk uit genade, en niet aan het eind van de weg der werken.

Romeinen 11:6 - Indien het nu door genade is, dan is het niet meer uit werken; anders is de genade geen genade meer.

Het is overigens niet aan de mens om de oorzaken van Gods wil te onderzoeken. "De vraag, waarom God iets gedaan heeft, kan alleen beantwoord worden met de verwijzing naar zijn wil." Verder gaan en verder willen weten waarom Gods iets gewild heeft, is vragen naar iets dat groter en hoger is dan Gods wil, en niet gevonden kan worden (Berkouwer, 1955, pp. 59-74).

Tegen hen die toch de diepten van rijkdom van wijsheid en kennis Gods willen onderzoeken, of Gods handelen willen beoordelen naar menselijke normen, zegt Paulus:

Romeinen 9:20-21 - Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt? Of heeft de pottebakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?

En Jezus zelf maakt duidelijk waar het probleem zit. Het boze oog ontdekt willekeur in de goedheid van God (Berkouwer, 1955, p. 80).

Mattheüs 20:15 - Staat het mij niet vrij met het mijne te doen, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

Tenslotte

Hoezeer het arminianisme is gebaseerd op overleggingen en redeneringen van de mens, die de ondoorgrondelijke Goddelijke verkiezing in een door mensen te verklaren systeem wil vatten, blijkt wel uit de hierboven eerder aangehaalde tekst uit Het zevende-dags adventisme: "Maar voor veel christenen [...] bleek het moeilijk om de calvinistische uitverkiezingsleer in zijn volle consequenties te aanvaarden. Er moest toch ergens ook plaats zijn voor het eigen initiatief en de eigen verantwoordelijkheid van de mens!"

"In alle vormen van synergisme kan men uiteindelijk niet ontkomen aan de conclusie dat de mens behalve aan God toch ook aan zichzelf het heil dankt. Of liever: aan zichzelf dankt - door zijn geloofsbeslissing - dat het heil werkelijk en effectief zijn deel wordt in tijd en eeuwigheid" (Berkouwer, 1955, p. 44).

Dat zal ook kunnen doorwerken in de geloofsbeleving rondom de doop op belijdenis. Want als God afhankelijk is van de mens, draagt de mens zelf zichtbaar zijn steentje bij door de doop op belijdenis, door zijn geloofsbeslissing. Zo komt men in de situatie dat men kan zeggen dat men zelf zijn eigen redding heeft bewerkstelligd. Ook al wordt het "maar zelden concreet uitgesproken, dat het heil werkelijk ook van ons afhangt" (Berkouwer, 1955, p. 44).

Bavinck zegt dan ook dat als iemand in de leer Pelagiaans is, hij/zij in het christelijk leven, en in het gebed vooral, bovenal Augustiniaans is. Dan sluit hij alle roem uit en geeft Gode alleen de eer. Leer en wandel zijn in dit geval niet met elkaar te verenigen, en zelfs met elkaar in strijd. Een dergelijke zelfwaardering in het gebed is in strijd met de aard van het ware gebed, dat uitdrukking krijgt in gebogen hoofd, gebogen knieën en uitgestrekte handen. Het is het gebed van de Farizeeër, en niet van de tollenaar (Berkouwer, 1955, p. 45).

In plaats van alles te beredeneren is het beter om niet alles te willen doorgronden, maar met gepaste terughoudendheid de dingen te onderzoeken die wél in het Woord van God over de verkiezing zijn geopenbaard. Zonder te vervallen in speculatie om het geopenbaarde volgens menselijke redeneringen kloppend te krijgen.

De boodschap van de Bijbel is een boodschap van genade alleen. God blijft niet wachten tot de mens van plan is om tot Hem te komen! God verkiest en schenkt het geloof en de volharding aan hen, die Hij in eeuwigheid ertoe bestemd heeft om deel te krijgen aan het offer van Christus. God roept en trekt en geeft zijn belofte van eeuwig leven aan de mens. De belijdenis van het geloof is het dankbaar en gelovig aanvaarden van Gods genade. Zonder dat de mens zichzelf enige lof toezwaait.

Alle roem is uitgesloten. / Onverdiende zaligheên / heb ik van mijn God genoten, / 'k roem in vrije gunst alleen. / Ja, eer ik nog was geboren, / eer Gods hand, die alles schiep, / iets uit niet tot aanzijn riep, / heeft zijn liefde mij verkoren: / God is liefd', o englenstem, / mensentong, verheerlijkt Hem! (Liedboek voor de kerken - gezang 451:1)

Zie verder:
Heidelbergse Catechismus Zondag 2-3
Nederlandse Geloofsbelijdenis Artikel 13-16
De Dordtse Leerregels - de vijf artikelen tegen de remonstranten

naar begin van document

Copyright © 2001-2007 G. Roelofs