|
voorpagina > eten en drinken
deze pagina bevat 1 verwijzing naar een andere pagina
Zevende-dags adventisten dienen zich volgens de fundamentele geloofspunten van de adventkerk te onthouden van onrein voedsel, zoals in de spijswetten aan het volk van Israël is opgedragen (Leviticus 11). Daarnaast drinken zij geen alcoholhoudende dranken. De vraag is of in de Bijbel een bewijs te vinden is voor deze, door de adventkerk aan haar leden opgelegde regels.
Geen onrein voedsel en alcohol
Het lichaam als tempel
Adventisten beschouwen het menselijk lichaam als een tempel van de Heilige Geest en proberen er vanuit die visie zorgvuldig en verantwoord mee om te gaan. Veel adventisten koppelen hun verantwoord omgaan met de schepping aan een vegetarisch dieet, ingegeven door gezondheidsmotieven, verantwoordelijkheid tegenover het dier als medeschepsel en vanuit de gedachte dat een geringere vleesconsumptie in het belang kan zijn van een eerlijker wereldvoedselverdeling. Bovendien onthouden ze zich in de regel van alcohol, tabak en andere drugs. Verder eten ze alleen voedsel dat in de Bijbel wordt aangeduid als rein. Ze onthouden zich bijvoorbeeld van het nuttigen van varkensvlees en paling ('Waar halen ze in Godsnaam hun optimisme vandaan?').
Geestelijke en mentale gezondheid aan de ene kant en lichamelijk welzijn aan de andere kan zijn nauw met elkaar verbonden. Gezond leven, het lichaam is een gave van de Schepper, is daarom belangrijk en daarom worden bepaalde soorten voedsel niet gegeten, wordt geen alcohol gedronken en niet gerookt. Meer recentelijk zijn ook andere schadelijke stoffen aan het lijstje van de te mijden zaken toegevoegd ('Adventisten, een zorgzame, meelevende kerk in de wereld', 1994).
Leviticus 11:1-47 – Over reine en onreine dieren.
Deuteronomium 14:3-21 – Reine en onreine dieren.
Zie verder:
Alles met mate
Gezondheidsredenen
Al bij Noach wordt een onderscheid gemaakt tussen reine en niet-reine dieren, wanneer God de zondvloed heeft voorzegd en Noach de ark aan het bouwen is.
Genesis 7:2,8-9 - Van alle reine dieren zult gij zeven paar nemen, het mannetje en zijn wijfje, maar van de dieren, die niet rein zijn, één paar, het mannetje en zijn wijfje. [...] Van de reine dieren en van de dieren, die niet rein waren, van het gevogelte en (van) alles wat op de aarde kruipt, kwamen er twee aan twee tot Noach in de ark, mannetje en wijfje, zoals God Noach geboden had.
Voor de offers aan de HERE werd gebruik gemaakt van de reine dieren, maar Noach werden wel alle dieren, vogels, kruipende dieren en vissen - zowel rein als onrein - gegeven als voedsel. Hiermee wordt aangegeven dat God de reine dieren voor zichzelf apart zette. De reine dieren kregen door God religieuze reinheid toegewezen.
Genesis 8:20 - En Noach bouwde een altaar voor de HERE, en hij nam van al het reine vee en van al het reine gevogelte en bracht brandoffers op het altaar.
Genesis 9:2-4 - En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde
en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven. Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten.
Later geeft God aan het volk Israël verschillende Mozaïsche wetten en bepalingen die te maken hadden met de tempeldienst, de reinigingswetten, het verbod van bedwelmende drank voor de dienstdoende priesters en de regels met betrekking tot rein en onrein voedsel. De heiligheid van God is in het geding als deze bepalingen niet worden nageleefd. God zet niet alleen het volk Israël apart van alle andere volken - het volk is heilig, uitverkoren - maar zet ook de reine dieren apart voor de Israëlieten.
Leviticus 20:25 - Maakt dan scheiding tussen rein en onrein vee en tussen onreine en reine vogels, opdat gij uzelf niet verfoeilijk maakt door vee en vogels en alles wat op de aarde kruipt, dat Ik u ontzegd heb door het onrein te verklaren. Weest Mij heilig, want heilig ben Ik, de HERE, en Ik heb u afgezonderd van de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren.
Deuteronomium 14:2 - Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is, en u heeft de HERE uitverkoren om Hem een eigen volk te zijn uit al de volken, die op de aardbodem wonen.
Zo was een deel van de schepselen bedoeld om de onreinheid van de zonde af te beelden. Hoewel zij goed geschapen waren, werd een deel van de schepselen toch onrein verklaard en werd het volk Israël beperkingen opgelegd voor wat betreft het voedsel dat zij mochten eten. Zo kon het volk Israël heilig zijn voor God, die hen apart had gezet. In dit licht moeten ook de vele reinigingsvoorschriften worden gezien.
Met het volmaakte offer van Christus is een eind gekomen aan die oudtestamentische tijd van brandoffers, spijsoffers, vredeoffers, zondoffers, schuldoffers en brandoffers. Door de overwinning van de zonde door Christus is het ook niet meer nodig dat de onreinheid van die zonde wordt afgebeeld, deze is immers weggedaan. Ook het Evangelie is niet meer uitsluitend bestemd voor Israël, maar voor alle volken. De nieuwtestamentische tijd is aangebroken waarin iedereen christelijke vrijheid geniet, zonder beperkingen. Vrijheid die men echter alleen mag genieten in het licht van de liefde van Christus.
Verschillende teksten laten zien dat de voorheen onreine dieren nu niet meer verwerpelijk zijn. Zo spreekt Jezus in Marcus 7 over de Farizeeën die zich zo druk maken om de reinigingsvoorschriften, zoals bijvoorbeeld het wassen van de handen voor het eten, terwijl het hen niet gaat om de hygiëne. Jezus verwerpt hun uiterlijke vertoon in deze, want zij hebben niet begrepen waar het om gaat: het innerlijk van de mens. Onrein voedsel raakt dat innerlijk niet, en daarom hebben de spijswetten wat Jezus betreft geen betekenis (zie ook Mattheüs 15:10-20).
Marcus 7:18-19 - En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij zo onbevattelijk? Begrijpt gij dan niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik en er te zijner plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein.
Colossenzen 2:20-23 - Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen: raak niet, smaak niet, roer niet aan; dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen. Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde (en dient slechts) tot bevrediging van het vlees.
1 Timotheüs 4:1-5 - Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn, het huwelijk verbieden en het genot van spijzen, welke God toch geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door de gelovigen, die tot erkentenis der waarheid gekomen zijn. Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed.
Ook Handelingen 10 laat zien dat het onderscheid tussen rein en onrein is vervallen. In een visioen wordt drie keer aan Petrus een laken getoond met daarin een vertegenwoordiging van alle dieren, rein en onrein. Petrus wordt bevolen om de dieren te bereiden en te eten.
Handelingen 10:9-16 - Over Petrus die op het dak de hemel geopend ziet en een groot laken met daarin allerlei dieren ziet. Een stem zegt driemaal tot Petrus, die wijst op de onheilig en onreine dieren: Wat God rein verklaard heeft, moogt gij niet voor onheilig houden.
Omdat het visioen aan hem wordt getoond nadat hij een hongerig gevoel heeft gekregen, is de eerste betekenis na die drie keer wel duidelijk voor Petrus: ook de onreine dieren mogen worden gegeten. Hem wordt opgedragen om van de dieren te eten. Maar ook de tweede betekenis wordt hem spoedig duidelijk. Een veel meer omvattende betekenis: God maakt geen onderscheid meer tussen Israël en andere volken, voor God zijn alle volken gelijk. En ook de heidenen ontvangen de Heilige Geest!
Ondanks deze heldere boodschap worden de spijswetten van Leviticus nog steeds door de adventkerk voorgehouden als geldige bepalingen. Volgens geloofspunt 21 "moeten wij [...] ons onthouden van onrein voedsel, zoals in de Schrift is aangegeven." Ook de originele engelse tekst van dit geloofspunt spreekt van een moeten: "we are [...] to abstain from the unclean foods identified in the Scriptures" (cursiveringen toegevoegd, GR).
Aan Handelingen 10 wordt door de adventkerk alleen de betekenis meegegeven dat het evangelie ook aan de heidenen mag worden gebracht. Het onderscheid tussen reine en onreine dieren zou niet vervallen zijn. Tegen dit argument moet worden ingebracht dat in Handelingen 11, waar Petrus verslag doet in Jeruzalem, opnieuw het visioen ter sprake komt, en de betekenissen worden uitgelegd. Niet alleen is het evangelie ook voor de heidenen, de christenen uit de joden mogen ook met de heidenen omgaan en met hen eten wat zij tot voor kort als onrein hadden beschouwd. Wanneer in het visioen de onreine dieren onrein zouden blijven, zouden de mensen die door deze onreine dieren worden voorgesteld moeilijk 'rein' kunnen worden beschouwd.
Daarom heeft ook Céfas (volgens sommige vertalingen gaat het om de Aramese naam voor Petrus) de vrijmoedigheid om met de heidenen te eten. Dat is gewoon voor hem geworden. Ook al trekt hij zich later terug omdat hij bang is voor de christenen uit de joden, reden voor Paulus om openlijk zijn kritiek op Céfas te uiten. Hier is niet in het geding dat samen met de heidenen gegeten wordt, maar dat de spijswetten overtreden zouden worden. Paulus verwijt Céfas dat hij niet naar zijn eigen overtuiging handelt, uit vrees voor anderen.
Galaten 2:11-12 - Maar toen Céfas te Antiochië gekomen was, heb ik mij openlijk tegen hem verzet, omdat het ongelijk aan zijn kant was. Want voordat sommigen uit de kring van Jakobus gekomen waren, at hij met de heidenen aan één tafel, maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af uit vrees voor de besnedenen.
Dat de oude bepalingen met betrekking tot reine en onreine dieren niet meer mogen worden opgelegd aan de nieuwtestamentische christenen, bewijst ook Handelingen 15, waar de synode/conferentie besluit om de christenen uit de heidenen de Mozaïsche spijswetten niet bindend voor te houden. Zij mogen als vanouds alle voedsel eten, zoals Noach dat ook heeft gedaan. Evenmin wordt van de christenen uit de Joden geëist dat zij stoppen met dit gebruik.
Jezus zelf heeft alle voedsel - dus ook varkensvlees, garnalen en paling - rein verklaard. Hiervan getuigt ook Mattheüs 13:45 vv. waar het Koninkrijk van God wordt vergeleken met een parel, het product van een dier dat volgens de traditionele joodse inzettingen onrein was! Zou Jezus werkelijk iets dat in het Oude Testament werd verfoeid nu zo hoog achten, als er nog steeds een onderscheid tussen rein en onrein zou zijn?
Mattheüs 13:45-46 - Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die.
Een nog steeds bestaand onderscheid tussen rein en onrein is op grond van de Bijbel niet te rechtvaardigen. Het is dan ook zeker niet aan de adventkerk om haar leden op te leggen zich van bepaald voedsel te onthouden. Dat van 'opleggen' sprake is getuigt het woord 'moeten' dat wordt gebruikt in artikel 21 van de geloofspunten van de adventkerk. Veel adventisten onthouden zich om deze reden van 'onrein' voedsel.
Natuurlijk staat het iedereen vrij om zich te onthouden van bepaald voedsel. Maar de motivatie zal dan een gezondheidsreden moeten zijn, wanneer bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat bepaald voedsel het lichaam schaadt. Maar dat geldt natuurlijk ook voor het in het oude testament met rein aangeduide voedsel! De spijswetten zijn niet gegeven vanwege gezondheidsredenen, maar om het onderscheid tussen heilig en onheilig aan te duiden. Het bijbelse gebod van Leviticus 11, van het oude verbond, is nu niet meer van kracht zoals dat wel het geval was voor het volk Israël. Door Christus is het onderscheid tussen rein en onrein ongedaan gemaakt.
In elk geval mogen we elkaar niet oordelen over het al dan niet eten van bepaald voedsel, maar moeten wij in liefde rekening met elkaar houden.
Romeinen 14:2-3 - De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel. Wie wèl eet, minachte hem niet, die niet eet, en wie niet eet, oordele hem niet, die wèl eet, want God heeft hem aanvaard.
Romeinen 14:13,15 - Laten wij dan niet langer elkander oordelen, maar komt liever tot dit oordeel: uw broeder geen aanstoot of ergernis geven. Ik weet en ben overtuigd in de Here Jezus, dat niets uit zichzelf onrein is; alleen voor hem, die iets onrein acht, is het onrein. Want indien uw broeder door iets, dat hij eet, gegriefd wordt, wandelt gij niet meer naar de eis der liefde.
Alcohol
In het oude en nieuwe testament zijn veel voorbeelden te vinden waar wijn of andere bedwelmende drank wordt gebruikt of gedronken. Zo wordt bedwelmende drank gebruikt bij de plengoffers. En te denken valt aan de bruiloften waar wijn werd gedronken en wijn een belangrijk onderdeel van de feestviering was.
Numeri 28:7 - En het bijbehorende plengoffer zal zijn een vierde hin voor elk schaap; pleng een plengoffer van bedwelmende drank in het heiligdom voor de HERE.
Deuteronomium 14:26 - En gij zult dat geld besteden voor alles waarin gij lust hebt, voor runderen of kleinvee, voor wijn of bedwelmende drank, of wat gij ook wenst, en gij zult daar voor het aangezicht van de Here, uw God, eten en u verheugen, gij met uw huisgezin.
Al bij Noach wordt overmatig drankmisbruik geconstateerd. En dit geval staat niet op zich. Op meerdere plaatsen in de Bijbel wordt verhaald van drankmisbruik en indringend voor alle kwade gevolgen gewaarschuwd.
Genesis 9:20-21 - En Noach werd een landman en plantte een wijngaard. Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent.
Genesis 19:32 - Kom, laten wij (dochters van Lot, GR) onze vader wijn te drinken geven en bij hem nederliggen, opdat wij door onze vader aan nakroost het leven geven.
Spreuken 20:1 - De wijn is een spotter, de drank een luidruchtige, ieder die zich daaraan overgeeft, is onwijs.
Spreuken 23:30-33 - Bij hen die laat opzitten bij de wijn, die komen om de gemengde drank te proeven. Zie niet naar de wijn, wanneer hij roodachtig fonkelt, wanneer hij in de beker parelt; vlot glijdt hij naar binnen, ten slotte bijt hij als een slang en spuwt gif als een adder. Dan zien uw ogen vreemde dingen en uw hart spreekt wartaal.
Jesaja 5:11-12 - Wee hun die reeds des morgens vroeg bedwelmende drank zoeken; die laat in de nacht opblijven, terwijl de wijn hen verhit. Dan bestaat hun feest in citer en harp, tamboerijn, fluit en wijn, maar op het doen des Heren letten zij niet en het werk zijner handen zien zij niet.
Jesaja 28:7-8 - En ook dezen waggelen van wijn en tuimelen van bedwelmende drank: priester en profeet waggelen van bedwelmende drank, zijn verward door wijn, tuimelen van bedwelmende drank, waggelen bij een gezicht, wankelen bij een rechtspraak. Ja, alle tafels zijn vol walgelijk braaksel, geen plek is er over.
1 Corinthiërs 6:10 - [...] Dronkaards [...] zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.
Galaten 5:19,21 - Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: [...] dronkenschap, brasserijen en dergelijke [...].
Efeziërs 5:18 En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest.
1 Petrus 4:3 - Want er is tijd genoeg voorbijgegaan met het volbrengen van de wil der heidenen, toen gij wandeldet in allerlei losbandigheid, begeerten, dronkenschap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het oude testament de bijzondere nazireeërgelofte te vinden is, waarmee men onder andere beloofde geen bedwelmende drank te zullen drinken en geen druiven te eten. Mozes en Simson hielden zich aan deze gelofte. Anderen worden opgeroepen maat te houden. Zo mogen opzieners en diakenen van de gemeente niet aan de wijn verslaafd zijn.
Numeri 6:1-4 - De Here sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer iemand, man of vrouw, een bijzondere gelofte wil afleggen, de nazireeërgelofte, om zich aan de Here te wijden, dan zal hij zich van wijn en bedwelmende drank onthouden, geen azijn van wijn of van bedwelmende drank drinken noch enige uit druiven bereide drank, en geen druiven eten, noch verse noch gedroogde. Al de tijd van zijn nazireeërschap zal hij niets eten, dat van de wijnstok afkomstig is, van de pitten af tot de toppen der ranken toe.
1 Timotheüs 3:2-3,8 - Een opziener dan moet zijn onbesproken, de man van een vrouw, nuchter, [...] niet aan de wijn verslaafd. [...] Evenzo moeten de diakenen waardig zijn, [...] niet verzot op veel wijn.
Het is duidelijk dat dronkenschap scherp wordt veroordeeld. Niettemin heeft men in de tijd van de Bijbel zeker kunnen genieten van goede wijn en andere dranken. Ook nu mogen wij daarvan genieten. Maar wij moeten wel verantwoord, in christelijke vrijheid, omgaan met wat God ons geeft. Dat betekent een matig gebruik van alcoholhoudende dranken.
Recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat matig gebruik van alcohol, of dat nu wijn of bier is, een positieve werking op de gezondheid heeft. Alcohol kan ook als medisch instrument ingezet worden: Timotheüs krijgt het advies om naast water ook wijn te drinken.
1 Timotheüs 5:23 - Drink voortaan niet (alleen) water, maar gebruik een weinig wijn voor uw maag en voor uw gedurige ongesteldheden.
De conclusie moet dan ook zijn dat het onmogelijk is om op grond van bijbelteksten anderen het gebruik van alcoholhoudende dranken te verbieden.
Een drijfveer voor onthouding van alcohol kan echter zijn dat de geschiedenis heeft laten zien dat drankgebruik kan ontaarden in drankmisbruik, met alle gevolgen van dien. Niet voor niets confronteerde de Stichting voor Ideële REclame (SIRE) ons jarenlang de boodschap: 'Drank maakt meer kapot dan je lief is.' En wie bang is de maat niet te kunnen houden, kan beter afzien van het gebruik van alcohol.
Tabak en drugs
Het gebruik van tabak en drugs is vanuit bijbels oogpunt af te keuren. Ons door God gegeven lichaam is een tempel van de Heilige Geest, waarmee wij verantwoord om moeten gaan. De wetenschap en ervaringen hebben aangetoond dat roken kan leiden tot ernstige ziektes als longkanker, wat van overheidswege dan ook op elk pakje sigaretten en shag vermeld moet worden. Het zoeken van een toevlucht in (hard)drugs kan eveneens een verwoestende werking op het lichaam hebben. Ook de gevolgen op lange termijn van XTC en andere softdrugs komen steeds duidelijker aan het licht.
Voor wat betreft het tabaksgebruik kunnen christenen een voorbeeld nemen aan de zevende-dags adventisten, die vanuit het standpunt dat het lichaam de tempel van de Heilige Geest is, zichzelf het roken ontzeggen. Iedere roker moet zich afvragen of roken wel past binnen een christelijke levensstijl.
Tenslotte
Ook binnen de adventkerk begint men langzamerhand te beseffen dat de regels waarvan men vroeger stellig overtuigd was, nu toch ook in een ander licht gezien kunnen worden.
In een verslag van een predikantenvergadering worden uitspraken van Reinder Bruinsma, secretaris van de Trans-Europese Divisie, als volgt samengevat: "We hoeven er bepaald geen behoefte aan te hebben varkensvlees te eten, of zo af en toe een wijntje te drinken! Anderzijds moet worden beseft dat er niet zoveel of geen hard bijbels bewijs is dat stelt dat je je als christen van dergelijke dingen moet onthouden. Zo zijn er door adventisten in de laatste 50 jaren vrijwel geen gedegen artikelen geschreven over rein en onrein voedsel. Over wijn is wat meer geschreven, maar ook niet altijd even diepgravend. Bruinsma houdt geen pleidooi om de kurk dan maar te trekken! Het zou onverstandig zijn deze dingen achter ons te laten. Maar hij pleit wel voor een degelijke, overtuigende onderbouwing. De argumenten zullen moeten worden bijgesteld. Niet alle dingen hoeven met zoveel woorden in de Bijbel te staan om verstandig te zijn! Door rood licht rijden wordt in de Bijbel niet verboden, maar toch is het goed je aan die regel te houden!" (Advent, jaargang 99 nr. 3, 7).
Zie verder:
| • | Nederlands Geloofsbelijdenis Artikel 25 |
|