Kies een pagina bij: of
7daweb.com
 Paulus en de sabbat laatste wijziging 24 juli 2002 

voorpagina > sabbat > Paulus en de sabbat

En Paulus ging op sabbat toch ook naar de synagoge?

Adventisten brengen soms het argument naar voren dat ook Paulus en de apostelen de sabbat onderhielden. Dit was inderdaad het geval, zoals de volgende teksten laten zien.

Handelingen 13:14 - Doch zelf gingen zij van Perge verder en kwamen te Antiochië in Pisidië, en op de sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, namen zij plaats.

Handelingen 13:44 - En de volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord Gods te horen.

Handelingen 17:2 - En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen en behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften.

Handelingen 18:4; 11 - En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen. [...] En hij woonde daar een jaar en zes maanden en leerde onder hen het woord Gods.

Handelingen 19:8 - En Paulus ging naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods.

Maar tegen dit argument is in te brengen dat nergens in de Bijbel staat dat Paulus dit deed op grond van een wetticistisch naleven van de Tien Geboden. Paulus wist zich onder de Wet van Christus. Maar hij en de apostelen hebben omdat zij Joden waren niet alleen de Wet van Christus, maar ook de gehele wet van Mozes onderhouden, zolang deze de Wet van Christus geen geweld aandeed. Daarom was het de gewoonte van Paulus om op hun eigen sabbatdag voor de Joden te prediken. Hij maakte gebruik van de mogelijkheid om op de sabbat de samengekomen Joden het Evangelie van Christus te verkondigen. Wanneer hij zelf de wet van Mozes niet zou naleven - op basis van het geloof in Christus - zou hij deze mogelijkheid nooit hebben gekregen.

Paulus kwam ook samen met andere christenen op de eerste dag van de week, om in gemeenschap met elkaar de opstanding van Christus te vieren. Terwijl in het Nieuwe Testament geen enkele tekst te vinden is die spreekt over een bijeenkomst van christenen op de sabbat. Voordat de christenen de Heilige Geest ontvingen op de allereerste Pinksterdag kwamen zij al bijeen op de zondag. Paulus predikte in latere tijden dan ook op de Pinksterdag, die altijd op een zondag viel. Hij haastte zich zelfs om op de Pinksterdag in Jeruzalem te zijn om het Evangelie te verkondigen.

Handelingen 20:1 - En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen.

Handelingen 20:16 - Want Paulus had zich voorgenomen Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.

Om een vergelijking met de tegenwoordige tijd te trekken: predikanten van de adventkerk 'onderhouden toch ook niet de zondag' als zij op de eerste dag van de week in een andere christelijke kerk prediken? Hoe kan dan van Paulus gezegd worden dat hij de 'sabbat onderhield'?

Tegen het argument voor de sabbat dat Paulus de wet onderhield is het volgende in te brengen. Paulus benadrukte telkens weer dat de wetten van Mozes en de profeten een voorbode waren van Christus die komen zou. Als het onderhouden van de wet door Paulus volgens Handelingen 21:20-28 betekende dat de gebruiken van Mozes, inclusief de besnijdenis, door hem werden onderhouden, zou dat dan niet betekenen dat de besnijdenis in ere moet worden hersteld? Maar ook deze besnijdenis wees toch op Christus, net als de wetten van Mozes!

Handelingen 21:20-28 - [...] Nu heeft men hun van u verteld, dat hij alle Joden onder de heidenen afval van Mozes leert, door te zeggen, dat zij hun kinderen niet behoeven te besnijden, noch naar de gebruiken te leven. [...] Dan zullen allen bemerken, dat van alles, wat men hun van u verteld heeft, niets waar is, maar dat hij ook zelf medegaat in de onderhouding van de wet.

Handelingen 24:14 - Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg, die zij een secte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de wet en in de profeten staat, terwijl ik van God hoop.

Handelingen 26:22-23 - Als een getuige die hulp van God heeft ontvangen tot op deze dag, sta ik dus hier voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zou, namelijk, dat de Christus zou lijden, en dat Hij als eerste uit de opstanding der doden het licht zou aankondigen en aan het volk en aan de heidenen.

Paulinische teksten over de sabbat

Wat moeten we trouwens aan met de scherpe bewoordingen die Paulus gebruikt met betrekking tot het vieren van bepaalde dagen?

In de volgende verzen uit Romeinen gaat het niet over de sabbatdag. "Er is verschil van mening in de gemeente van Rome over vasten-dagen. Sommige gemeenteleden maken verschil tussen de ene dag en de andere, terwijl er ook gemeenteleden zijn die alle dagen gelijkstellen. Daarin moeten zij elkaar niet veroordelen zegt Paulus. Eten of niet eten zijn hier zó nauw aan dagen verbonden dat we aan verschil van mening over vasten-dagen moeten denken" (DTG deel 2, 41-42).

Romeinen 14:5-6 - Deze [immers] stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en ook hij dankt God.

In de brief aan de Galaten "is de toon van de apostel helemaal niet meer mild, alsof iedereen in dergelijke zaken vrij kan kiezen, zoals in de vastenkwestie van Romeinen 14. [...] Het evangelie van Jezus Christus zelf is in het geding. De Galaten worden bedreigd door een judaïstische leer, die de besnijdenis als vereiste stelt, evenals het onderhouden van heel het joodse ritueel van dagen, maanden, vaste tijden en jaren. [...] Deze cyclus met al het ritueel dat erbij hoorde, werd door de judaïsten als onmisbare voorwaarde gesteld om deel te krijgen aan de zaligheid door de Messias Jezus. Een dergelijke zaligheid rustte op de wet, in judaïstische zin geïnterpreteerd, en niet op de rechtvaardiging door het geloof. Welnu, deze opvatting zou dodelijk zijn voor de christelijke gemeente. Er moest radikaal mee gebroken worden" (DTG deel 2, 42-43).

"Dat betekende in de praktijk onder meer dat aan het vieren van de sabbat als een wekelijkse rustdag in joodse zin een einde kwam. Wat Paulus tegen de Galaten zegt, is afdoende om de joodse sabbat voor afgedaan te verklaren" (DTG deel 2, 43).

Galaten 4:8-11 - Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken? Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb.

"Iets anders was weer de situatie onder de Colossenzen. Paulus was daar in een strijd gewikkeld met valse leraars die ascetisch-joodse eisen stellen. [...] Waarschijnlijk hebben we te maken met een wettisch-ascetische godsdienstigheid van joods-heidense makelij. Ook hier wordt weer de sabbat genoemd. [...] De meervoudsvertaling 'sabbatten' is ook mogelijk; maar maakt voor ons onderwerp weinig verschil" (DTG deel 2, 44).

"Evenals in Galaten 4:10 kan er geen twijfel over bestaan dat Paulus de eis afwijst dat de sabbat onderhouden moet worden. Ook de sabbat hoort erbij als hij vasten en feesten onderbrengt bij 'een schaduw van toekomstige dingen', terwijl 'het lichaam' van Christus is" (DTG deel 2, 44).

Colossenzen 2:16 - Laat niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.

Als Paulus ervan overtuigd was geweest dat de sabbat ook voor de bekeerde heidenen bedoeld was, dan had hij dergelijke bewoordingen niet gebruikt, en er bij de hen op aangedrongen de sabbat te onderhouden.

Eenheid en sabbat

Voor de uitstorting van de Heilige Geest werden door de apostelen aan de christenen uit de heidenen geen gebruiken opgelegd die hen van de Joden onderscheidden. Op welke grond moet dan wat de sabbat betreft eenheid in de christelijke kerk worden afgedwongen?

Handelingen 15:5-10 - Maar er stonden uit de partij der Farizeeën enigen op, die gelovig geworden waren, en zeiden, dat men hen moest besnijden en gebieden de wet van Mozes te houden. En de apostelen en de oudsten vergaderden om deze aangelegenheid te overwegen. [...] Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen?

Handelingen 15:27-29 - Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die zelf ook mondeling hetzelfde te uwer kennis zullen brengen. Want het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht, u verder geen last op te leggen dan dit noodzakelijke: onthouding van hetgeen de afgoden geofferd is, van bloed, van het verstikte en van hoererij; indien gij u hiervoor wacht, zult gij wèl doen. Vaart wel!

De discipelen en de sabbat

Niet alleen Paulus, maar ook de discipelen hielden de sabbat volgens de geboden. Zo luidt een ander argument voor de sabbat.

Lucas 23:56b - En op de sabbat rustten zij (de vrouwen die zagen dat Jezus in het graf werd gelegd, GR) naar het gebod, maar op de eerste dag der week gingen zij reeds vroeg in de morgenstond met de specerijen die zij gereedgemaakt hadden, naar het graf.

Dat de vrouwen en de discipelen in Lucas de sabbat vieren heeft te maken met hun joodse traditie en geschiedenis. De sabbat is immers aan het volk van Mozes gegeven. Dat is ook de reden dat de Joden nog steeds de sabbat vieren. Dit vers gaat over de zondag van de opstanding. De vrouwen en discipelen wisten op dat moment nog niet dat Jezus was opgestaan. Zij begrepen pas na de opstanding en verschijning van Jezus dat de wet vervuld was. In eerste instantie begrepen de discipelen ook niets van Jezus' dood, zijn opstanding en zijn hemelvaart.

Lucas 18:31-34 - [...] En zij begrepen niets van deze dingen en dit woord bleef hun duister en zij wisten niet, waarvan gesproken werd.

Johannes 13:36-37 - Simon Petrus zeide tot Hem: Here, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde: Waar ik heenga, kunt gij Mij niet volgen, maar gij zult later volgen. Petrus zeide tot Hem: Here, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!

Johannes 14:4-5 - En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg. Thomas zeide tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?

Johannes 20:8-9 - Toen ging ook de andere discipel, die het eerst aan het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde; want zij kenden de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest opstaan.

Deze mensen zullen ook na de opstanding nog op sabbat de synagoge hebben bezocht. Maar het is bekend dat de eerste christenen daarnaast ook op de eerste dag van de week samenkwamen.

naar begin van document

Copyright © 2000-2008 G. Roelofs