|
voorpagina > sabbat
deze pagina bevat 13 verwijzingen naar andere pagina's
Met name over het Vierde Gebod is in de geschiedenis veel strijd gevoerd. Zoals al in hun naam besloten is vieren de zevende-dags adventisten de sabbat. Velen zien de zaterdag als enige mogelijke dag voor de samenkomsten. Er bestaat echter wel degelijk een vaste grond voor de zondag als christelijke rustdag. Bepalend hierbij is dat de wet van Mozes met de komst van Christus, met het begin van het Nieuwe Verbond, een andere betekenis heeft gekregen.
Sabbat
"In de vroege periode van de adventisten was de introductie van de sabbat, de wekelijkse rustdag op zaterdag in plaats van op zondag van doorslaggevend belang. Hier is een duidelijke invloed van de Zevende-dags Baptisten aanwijsbaar. Het was Rachel Oakes, een zevende-dags baptiste, die de adventisten in Washington (in de staat New Hampshire) op de bijbelse argumenten voor sabbatviering wees" (HZA, 22).
"De adventisten vieren de rustdag in principe van vrijdagavond zonsondergang tot zaterdagavond zonsondergang. De reden is dat in bijbelse tijden de dag werd gerekend van avond tot avond, zoals onder meer blijkt uit het scheppingsverhaal in Genesis 1" (HZA, 54).
De sabbat voert terug op de schepping
Elke suggestie dat adventisten met het vieren van de sabbat "een joods gebruik hebben overgenomen, wijzen de zevende-dags adventisten resoluut van de hand. De sabbat, zeggen zij, stamt uit het paradijs, uit een tijd dat er nog geen Joden bestonden! Toen God de hemel en aarde schiep, gaf Hij de mensheid als kroonstuk op zijn schepping de sabbat" (HZA, 52-53).
"Zoals God op de zevende dag van de week rustte van zijn scheppingswerk en de mens in het vierde gebod vroeg hetzelfde te doen, zo vieren adventisten elke zaterdag de sabbat als rustdag. Op die dag denken ze aan Gods schepping van hemel en aarde terug en genieten ze van het herscheppende (recreatieve) karakter dat God er aan toekende" (WHZ).
Exodus 31:15 Zes dagen mag men arbeiden, maar op de zevende dag zal er een volledige sabbat zijn, de HERE geheiligd.
Deuteronomium 5:15 Want gij zult gedenken, dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de HERE, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met een uitgestrekte arm; daarom heeft u de HERE, uw God, geboden de sabbatdag te houden.
Jezus rustte op de sabbat
"Op goede vrijdag riep Jezus uit: 'Het is volbracht!' en rustte in de dood, op de sabbat, zoals Hij elke sabbat van zijn leven had gerust. Hij had onze verlossing volbracht. De sabbatsrust ingaan betekent een uitnodiging om zijn verlossing te aanvaarden, die Hij voor ons gekocht heeft en onze pogingen te staken die verlossing zelf te bereiken" (AZMK).
"Hoewel Christus anders met de oudtestamentische wetten omging dan de joodse schriftgeleerden van zijn dagen, betekende dit niet dat deze voor hem niet meer bestonden. Hij zag het niet als taak om deze wetten aan de kant te schuiven, maar om de diepere betekenis ervan te laten zien" (HZA, 53).
Mattheüs 5:18,19 - Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.
"Hij ging zelf op sabbat naar de synagoge en gaf nergens zijn discipelen ook maar de geringste aanwijzing dat na zijn heengaan de sabbat door een andere dag zou worden vervangen" (HZA, 53).
Lucas 4:16 - En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen.
Paulus ging op sabbat naar de synagoge
"Ook van de apostel Paulus lezen we dat hij op de sabbat een regelmatige bezoeker van de synagoge was" (HZA, 53).
Handelingen 17:2 - En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen en behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften.
Handelingen 18:4-11 - En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen. [...] En hij woonde daar een jaar en zes maanden en leerde onder hen het woord Gods.
Bijbelteksten over de 'eerste dag'
"Voor de bijbelverzen die op het eerste gezicht de sabbat lijken te ondermijnen of die melding maken van bepaalde activiteiten op de eerste dag der week wordt een plausibele verklaring gegeven" (HZA, 53).
Het vierde gebod is door de paus veranderd
Adventisten geloven dat de paus, of de Romeinse voorloper van de paus, de Tien Geboden heeft veranderd, toen hij in plaats van de sabbat de zondag instelde als rustdag voor zijn onderdanen. Daarmee heeft hij een goddelijk gebod vervangen door een menselijke verordening.
"Pas lang na de eerste christelijke gemeenten is er een verandering opgetreden in de dag van aanbidding. Deze verandering was om politieke redenen gemaakt en niet vanwege een goddelijke aanwijzing. Aan die verandering lag geen schriftuurlijk gezag ten grondslag. Vanaf het begin hebben adventisten de sabbat gevierd, niet als middel tot verlossing, maar als gebaar van liefde tot Christus; zij zagen de sabbatviering niet als vrucht en niet als de wortel van hun verlossing" (AZMK).
"De Romeinse keizer Constantijn heeft in 321 na Christus de zondag tot collectieve rustdag in zijn rijk verklaard. Er bestaan vermoedens dat de ontwikkeling van de zondag tot rustdag, ondanks deze wetgeving van Constantijn pas in de middeleeuwen heeft plaatsgevonden" (SN jaargang 2, nummer 1).
Adventisten zijn van mening dat "geen mens, zelfs geen bisschop, paus of concilie het recht heeft een goddelijk gebod door een menselijke inzetting te vervangen, en dat het zaak is om God meer gehoorzaam te zijn dan mensen" (HZA, 53-54).
Handelingen 5:29 - Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen.
Het Vierde Gebod is bijzonder en niet aan het kruis genageld
Ellen White schreef onder inspiratie het volgende: "De Here liet me het hemelse heiligdom zien. De tempel was geopend en de ark werd aan mij getoond. Jezus haalde het deksel van de ark en ik nam de twee stenen tafels waarop de tien geboden waren geschreven. Ik was verbaasd toen ik het vierde gebod in het midden zag, en het was met een zacht licht omcirkeld. Toen zei de engel: het is de enige van de tien die de levende God zelf beschrijft, die de hemel en de aarde geschapen heeft, en alles wat erin is" (LS, 95; vertaling: GR).
Later schrijft Ellen White: "Jezus opende de twee stenen tafels als een boek. Op de eerste tafel stonden vier geboden, op de tweede zes. De eerste vier geboden op de eerste tafel leken helderder geschreven dan de andere zes. Maar het vierde gebod straalde boven alle andere uit. Ik zag dat het sabbatsgebod niet aan het kruis genageld was. Als dat zo was, dan waren ook de andere negen geboden aan het kruis genageld, en zijn we in de vrijheid om ze te breken, net als het vierde gebod. Ik zag dat God de sabbat niet had veranderd, want God veranderd niet. Maar de paus heeft het veranderd van de zevende naar de eerste dag van de week, omdat hij tijd en wetten veranderde" (EW, 33; vertaling: GR).
Zondagsvierders krijgen uiteindelijk het merkteken van het beest
"Christenen hebben vroeger de zondag gevierd omdat ze dachten dat zij de sabbat van de Bijbel heiligden. [...] God aanvaardt hun oprechtheid en eerlijkheid. Maar wanneer de zondagsheiliging wettelijk zal worden opgelegd en de wereld ervan op de hoogte zal zijn gebracht dat men de ware sabbat moet heiligen, zal iedereen die het gebod van God overtreedt om een bevel te gehoorzamen dat slechts van Rome komt, het pausdom de eer bewijzen die God toekomt. [...] Men aanbidt dan het beest en zijn beeld. [...] Pas wanneer deze kwestie duidelijk aan de mensen is uitgelegd en zij hebben kunnen kiezen tussen de geboden van God en de geboden van mensen, zullen zij die in deze overtreding volharden 'het merkteken van het beest' ontvangen" (GS, 417).
Openbaring 13:16-17 En het maakt dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, [en] dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft.
Heiliging van de sabbat
"Het ligt voor de hand dat de adventisten van nu de sabbat op een andere manier 'heilig' houden dan een vorige generatie. Wat dat betreft is er een duidelijke parallel met de zondagviering van de vorige generatie en de huidige generatie van bijvoorbeeld orthodox-hervormden en gereformeerden. Culturele achtergronden zijn voor een groot deel de oorzaak van verschillen in de manier waarop in Noord-Amerika en Europa, en in andere delen van de wereld de sabbat wordt gevierd. Een Europese adventist zal niet gemakkelijk op zijn rustdag met zijn gezin naar een restaurant gaan, terwijl veel Amerikaanse adventisten daar geen probleem mee hebben, temeer omdat dit de vrouw des huizes ook extra rust biedt" (HZA, 54).
Een essentieel ritme
"Waar vroeger vaak een behoorlijke sociale controle bestond ten aanzien van wat wel en wat niet op de sabbat 'mocht' gebeuren, is er nu een grotere tolerantie. Maar ook naar buiten toe is er een kentering. Voorheen ging het debat tussen adventisten en mensen om hen heen vooral over de vraag welke dag moest worden 'gevierd', de zaterdag of de zondag. Zonder aan hun overtuiging dat God van de mens vraagt om de sabbat op zaterdag te houden af te doen, beginnen veel adventisten het nu vooral als hun taak te zien om de maatschappij ervan te doordringen dat men niet zonder een wekelijkse rustdag kan en dat de 24-uurs maatschappij die steeds meer gepropageerd wordt een essentieel ritme verstoort" (HZA, 54-55).
Zie verder:
Zondag
Evenals de doop moet ook de sabbat, of zevende dag, bekeken worden in het licht van het Oude en het Nieuwe Verbond. Zoals we zullen zien hebben de sabbat, de wet en het Oude Verbond alles met elkaar te maken.
Het Oude Verbond - de wet
We komen de zevende dag voor het eerst tegen in Genesis 2. God rustte op de zevende dag, na zes scheppingsdagen.
Genesis 2:2 - Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.
De zevende dag wordt, evenals de eerste dag, daarna genoemd in verband met het Pascha en het feest van de ongezuurde broden. Op deze beide dagen moet een heilige bijeenkomst worden belegd door het volk en mag niet worden gewerkt. De maand waarin deze feesten vallen wordt door God aangewezen als de eerste maand van het jaar.
Exodus 12:16 - Zowel op de eerste als op de zevende dag zult gij een heilige samenkomst hebben; generlei arbeid zal daarop verricht worden; slechts wat door ieder gegeten wordt, alleen dat mag door u bereid worden.
De eerste keer dat het woord sabbat wordt genoemd is in Exodus 16, wanneer het volk Israël mort dat zij honger lijden, en de HERE hen vervolgens via Mozes laat weten dat zij manna zullen krijgen. Op de zesde dag moeten zij tweemaal zoveel manna verzamelen als dagelijks nodig is. Zij die toch op de zevende dag het manna willen verzamelen, vinden het niet.
Exodus 16:23-30 - Toen zeide hij (Mozes) tot hen: Dit is wat de HERE gezegd heeft: een rustdag, een heilige sabbat is het morgen voor de HERE; bakt wat gij bakken wilt en kookt wat gij koken wilt; laat al wat overblijft liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. [...] Toen rustte het volk op de zevende dag.
In Exodus 20 geeft God de Tien Geboden aan de Israëlieten. De zevende dag moet als een sabbatdag worden gevierd, als een rustdag na zes dagen van arbeid, naar het voorbeeld van de Schepper.
Exodus 20:8-11 - Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.
Op grond van de Tien Woorden op de stenen tafelen sluit God een verbond met Mozes en zijn volk. Het is niet de mens, het is God zelf die deze verbonden met de mens sluit. Het is zijn verbond. Er is dus geen sprake van gelijkwaardige partijen. Op overtreding van het sabbatsgebod staat de doodstraf, zegt de HERE, wanneer Hij het volk herinnert aan dit gebod.
Exodus 31:15-17 - Zes dagen mag men arbeiden, maar op de zevende dag zal er een volledige sabbat zijn, de HERE geheiligd: ieder die op de sabbatdag werk verricht, zal zeker ter dood gebracht worden. De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.
Nadat Mozes uit woede over het gouden kalf de twee aan beide zijden beschreven stenen tafelen met de Tien Geboden heeft verbrijzeld, krijgt hij opdracht om voor twee nieuwe tafelen te zorgen, waarop de woorden van het verbond opnieuw kunnen worden vastgelegd.
Exodus 34:27-28 - De HERE zeide tot Mozes: Schrijf u deze woorden op, want op grond van deze woorden heb Ik met u en met Israël een verbond gesloten. [...] En Hij schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de Tien Woorden.
Deuteronomium 4:13 - En Hij maakte u het verbond bekend, dat Hij u gebood te houden, de Tien Woorden, en Hij schreef ze op de twee stenen tafelen.
De sabbat is een onderdeel van de feesttijden van de HERE die Mozes aan het volk bekend maakt, naast het Pascha, het feest van de ongezuurde broden, de Verzoendag en het Loofhuttenfeest (vgl. Numeri 28-29 en Deuteronomium 16). Op deze feesttijden moeten heilige samenkomsten worden gehouden.
Leviticus 23:2-3; 44 - De feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn mijn feesttijden. Zes dagen mag arbeid verricht worden, maar op de zevende dag zal er een volkomen sabbat zijn: een heilige samenkomst; generlei arbeid zult gij verrichten, het is een sabbat voor de Here in al uw woonplaatsen. [...] Zo maakte Mozes de feesttijden des HEREN aan de Israëlieten bekend.
Daarna wordt in Deuteronomium heel Israël opnieuw herinnert aan de wet. Het sabbatsgebod wordt hier - in tegenstelling tot het gebod uit Exodus 20, waar wordt gerefereerd aan de schepping - in verband gebracht met de uittocht uit Egypte.
Deuteronomium 5:6; 12; 15 - Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis geleid heb. [...] Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de HERE, uw God, u geboden heeft. [...] Want gij zult gedenken dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de HERE, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke arm; daarom heeft u de HERE, uw God, geboden de sabbatdag te houden (cursivering toegevoegd).
Deze rustdag wijst dan ook vooruit naar de rust die het volk zal krijgen wanneer zij in het beloofde land Kanaän zal aankomen, na de verschrikkelijke jaren in Egypte en de lange reis door de woestijn.
Deuteronomium 3:18; 20 - De HERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het in bezit te nemen. [...] totdat de HERE uw broeders rust gegeven heeft zoals u, en ook zij het land in bezit genomen hebben, dat de HERE uw God, hun aan de overzijde van de Jordaan geven zal.
Deuteronomium 12:9-10 - Want gij zijt nog niet gekomen tot de rustplaats en het erfdeel, dat de HERE, uw God, u geven zal. Maar wanneer gij de Jordaan zult zijn overgetrokken en woont in het land dat de HERE, uw God, u zal doen beërven, en Hij u rust geeft van al uw vijanden aan alle kanten, en gij veilig woont...
Deuteronomium 25:19 - Als dan de Here, uw God, u rust gegeven heeft van al de vijanden rondom u in het land, dat de Here, uw God, u ten erfdeel geven zal om het te bezitten, dan zult gij de herinnering aan Amalek onder de hemel uitwissen; vergeet het niet.
Jozua 1:13 - Gedenkt het woord dat Mozes, de knecht des Heren, u geboden heeft: de Here, uw God, schenkt u rust en geeft u dit land.
Jozua 21:43-45 - Zo heeft de Here aan Israël het gehele land gegeven, dat Hij gezworen had hun vaderen te zullen geven; zij namen het in bezit en gingen er wonen. En de Here gaf hun aan alle zijden rust, geheel zoals Hij hun vaderen gezworen had; niet een van al hun vijanden heeft voor hen kunnen standhouden; al hun vijanden gaf de Here in hun macht. Niet een van alle goede beloften, die de Here aan het huis van Israël had toegezegd, is onvervuld gebleven; alles is uitgekomen.
Uit het voorgaande is duidelijk geworden dat de Tien Geboden - met een plaats in en onlosmakelijk verbonden met de Wet van Mozes - gegeven zijn aan het volk van Israël. De geboden krijgen een plaats binnen het verbond dat God met het volk sluit. Het is de bevestiging en voortzetting van het verbond dat Hij eerder sloot met Noach en Abraham. Kenmerkend voor elk verbond zijn belofte, eis en teken.
|
Noach |
Abraham |
Mozes |
| Belofte |
Geen nieuwe zondvloed |
Een groot nageslacht / Kanaän |
Vrijheid / Kanaän |
|
Genesis 9:8-17 |
Genesis 15:1-6; 17:6 |
Exodus 3:8,15-17 |
| Eis |
onvoorwaardelijk |
De Wet van Abraham (geloof / gehoorzaamheid) |
De Wet van Mozes (geloof / gehoorzaamheid) |
|
Genesis 9:15 |
Genesis 15:6; 17:1,10 |
Exodus 19:3-9 |
| Teken |
De regenboog |
De besnijdenis |
De sabbat |
|
Genesis 9:12-17 |
Genesis 17:10-13 |
Exodus 31:12-17 |
Het verbond met Noach is ook een verbond met zijn nageslacht en alle levende wezens die bij hem zijn. God belooft dat Hij de aarde niet opnieuw zal verwoesten door een grote hoeveelheid water. God stelt geen voorwaarden, Hij zal het niet meer doen - ook al had God ook wel degelijk geboden aan Noach gegeven, zie Genesis 9:1-7. De regenboog is het teken van het door God gesloten verbond met Noach en de zijnen en alle volgende geslachten.
Genesis 9:12-13 - En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: Mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde.
Wanneer God het verbond met Abraham sluit, belooft Hij Abraham dat hij vader van vele geslachten zal worden. De verbondseis is geloof en gehoorzaamheid aan de geboden om voor Gods aangezicht te wandelen, onberispelijk te zijn en al het mannelijke te laten besnijden. De besnijdenis is het teken van het verbond tussen God en Abraham en zijn gehele nageslacht.
Genesis 17:11 - Gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u.
Het verbond met Mozes en zijn volk komt tot uiting in de Tien Woorden die aan het volk worden gegeven wanneer God met hen een verbond sluit. God zal naar het volk luisteren als het volk Hem in gehoorzaamheid aanroept. De sabbat is het teken van het verbond tussen God en het volk van Israël.
Deuteronomium 9:9 - Toen ik de berg was opgegaan om de stenen tafelen te ontvangen, de tafelen van het verbond, dat de HERE met u gesloten had, vertoefde ik veertig dagen en veertig nachten op de berg; brood at ik niet en water dronk ik niet.
Deuteronomium 5:3 - Niet met onze vaderen heeft de HERE dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier heden allen in leven zijn (cursivering toegevoegd).
Ezechiël 20:12; 20 - Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de Here, hen heilig. [...] Heiligt mijn sabbatten, dan zullen deze een teken zijn tussen Mij en u, opdat gij weet, dat Ik, de Here, uw God ben.
Al deze verbonden van God met mensen vinden hun oorsprong in de moederbelofte, gedaan aan Adam (Genesis 3:15). Het verbond wordt bevestigd met het volk Israël en voortgezet met nieuwe inzettingen en verordeningen. Want God zal het verbond niet vergeten dat Hij met Abraham, Isaäk en Jacob heeft gesloten. De sabbat is het teken van het verbond.
Deuteronomium 7:11-13 - Onderhoud dus het gebod, de inzettingen en verordeningen, die ik u heden gebied na te komen. Het zal geschieden, omdat gij aan deze verordeningen gehoor geeft en ze naarstig onderhoudt, dat de HERE, uw God, jegens u het verbond en de goedertierenheid zal bevestigen, die Hij aan uw vaderen met een eed bekrachtigd heeft. Hij zal u liefhebben, zegenen en talrijk maken.
Omdat de Tien Geboden en het Oude Verbond onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, mag eigenlijk het volgende gezegd worden:
Het Nieuwe Verbond - Christus
De wet van Mozes wordt ook wel de wet des HEREN genoemd. Beide termen worden in het Oude Testament door elkaar gebruikt. Deze wet omvat niet alleen de Tien Geboden, maar ook al de andere door de HERE gegeven voorschriften.
Jozua 23:6 - Weest zeer standvastig in het onderhouden en volbrengen van alles wat geschreven staat in het wetboek van Mozes, opdat hij daarvan niet afwijkt naar rechts of links.
2 Kronieken 31:3 - De bijdrage van de koning, uit eigen bezit, was bestemd voor de brandoffers: voor de morgen- en avondbrandoffers, en voor de brandoffers op de sabbatten, de nieuwe maanden en de feesttijden, zoals was voorgeschreven in de wet des HEREN.
Nehemia 8:2 - En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen.
Nehemia 10:29 - ... En verplichtten zich [...] om te wandelen naar de wet van God, die door de dienst van Mozes, de knecht Gods, gegeven was, en om naarstig te onderhouden al de geboden, verordeningen en inzettingen van de HERE, onze Here.
Aan deze wet van Mozes refereert Paulus in 2 Corinthiërs 3 als hij het heeft over de tafelen van steen en de op stenen gegrifte letters van het Oude Verbond. Alle schaduwen van de eredienst van het Oude Verbond en alle gebruiken die door de wet waren voorgeschreven wijzen vooruit naar het lichaam van Christus. Paulus laat in dit hoofdstuk duidelijk zien wat de verschillen zijn tussen het Oude en het Nieuwe Verbond:
|
het Oude Verbond |
het Nieuwe Verbond |
| • |
met inkt (3) |
door de Geest (3) |
| • |
op tafelen van steen (3) |
in de harten (3) |
| • |
de letter doodt (6) |
de Geest maakt levend (6) |
| • |
bediening des doods (7) |
bediening des Geestes (7) |
| • |
veroordeelt (9) |
rechtvaardigt (9) |
| • |
heerlijkheid (11) |
veel meer heerlijkheid (11) |
| • |
verdwijnt (11) |
blijft (11) |
| • |
bedekt het hart (15) |
neemt bedekking weg (16) |
2 Corinthiërs 3:3,7-8 - Niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten. [...] Indien nu de bediening des doods, met letters op stenen gegrift, gepaard ging met zulk een heerlijkheid [...] hoe zal niet nog meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?
Hebreeën 9:9-10 Dit (de bepalingen voor de eredienst, GR) was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die (God daarmede) dient, voor zijn besef te volmaken, daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel.
Al de voorschriften van het Oude Verbond hebben met de komst van Christus afgedaan, namelijk in de zin dat de mens voor de zegen van God en haar behoudenis afhankelijk is van het onderhouden van de wet. Toen is de belofte dat een Middelaar zou komen vervuld. Het Nieuwe Verbond is van kracht geworden. Christus is het doel, de vervulling, en daarmee het einde van de wet.
Galaten 3:19 - Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is ze erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van (God) door engelen in de hand van een middelaar gegeven.
Romeinen 10:4 Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.
Al in het Oude Testament werd dit Nieuwe Verbond voorzegt (Jeremia 31:31-34). Evenals het Oude Verbond wordt ook dit Nieuwe Verbond gekenmerkt door een belofte, een eis en een teken:
| • | Belofte: eeuwig leven |
| Johannes 3:16 - Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. |
| • | Eis: geloof |
| Johannes 3:18 - Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. |
| Romeinen 3:21-28 - Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. [...] Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. |
| • | Teken: de doop en het avondmaal |
| Handelingen 2:39 - Want voor u is de belofte en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. |
| Romeinen 6:4 - Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. |
| Galaten 3:26-29 - Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. [...] Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen. |
| Marcus 14:24 - En Hij zeide tot hen: Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt. |
| Lucas 22:20 - Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt. |
| 1 Corinthiërs 11:25 - Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis. |
Onder het Oude Verbond was er geen hoop op eeuwig leven wanneer men de wet naast zich neer legde.
Deuteronomium 27:26 - Vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt.
Galaten 3:10 - Want allen die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.
Maar nu is het Oude Verbond vernieuwd door Christus. In Christus is er hoop op vergeving. De Wet van Christus, de wet van vrijheid, biedt nieuw perspectief en bevrijdt ons van deze dreigende dood. Wij zijn van de wet van Mozes ontslagen en mogen leven onder het Nieuwe Verbond.
Romeinen 7:6 - Maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.
Romeinen 8:2 - Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
1 Corinthiërs 9:21 - Hun die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet - hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus - om hen, die zonder wet zijn, te winnen.
Jacobus 2:8; 12 - Indien gij echter de koninklijke wet vervult naar het schriftwoord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wèl. Doch indien gij met aanzien des persoons handelt, doet gij zonde en wordt gij door de wet overtuigd van overtreding. Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden). [...] Spreekt zó en handelt zó als (mensen past), die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.
De oudtestamentische wet, de wet van Mozes inclusief de Tien Geboden, is aan het kruis genageld.
Colossenzen 2:14 En dat (het bewijsstuk dat tegen ons getuigde; namelijk de wet, GR) heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen.
Hebreeën 8:13 Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.
Er is een nieuw priesterschap gekomen in de plaats van het priesterschap van de Levieten, waaruit een 'verandering van wet' volgt.
Hebreeën 7:12 Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van wet.
Hebreeën 9:1-4 Nu had ook wel het eerste (verbond) bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld, [...] met een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds.
Het grote gebod
Onder het Oude Verbond bestond de wet uit gedetailleerde bepalingen. Zoals ouders hun kinderen tot in detail duidelijk moeten maken wat wel en niet mag, zo hadden ook de Israëlieten uitvoerige regelgeving nodig. Want zij hadden onvoldoende zicht op het basisprincipe achter deze bepalingen, en op hetgeen God met hen voorhad. Onder dit genadeverbond lag de nadruk op de wet.
Jezus geeft ons onder het Nieuwe Verbond een basisprincipe om naar te leven. Dit basisprincipe is het grote gebod. De essentie van dit Liefdegebod is niet anders dan die van de oudtestamentische wet. Maar wij hebben geen gedetailleerde regels nodig, wij weten wat God met ons voorheeft en welk werk Hij voor ons gedaan heeft. Wij dienen onszelf telkens opnieuw het ene grote Gebod voor te houden. Het Nieuwe Verbond kent nog steeds een Wet, een vernieuwde Wet, de Wet van Christus, maar de nadruk ligt op Jezus en op de genade die Hij schenkt.
Johannes 13:34 - Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
Mattheüs 22:36-40 - Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Romeinen 13:8-10 Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander lief heeft, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.
Onder de wet van het Oude Verbond hoeven wij niet meer te leven. Het Nieuwe Testament laat dit zien in Romeinen 8:1-14, Galaten 3 en 1 Timotheόs 1:3-11. Christenen hoeven die wet niet langer te handhaven zoals de Israëlieten. Maar wanneer men dit wel wil, zal men daar ook op geoordeeld worden, net zoals dat in het Oude Testament het geval was.
Dat gebeurt niet als men de Wet van Christus wil omarmen. Toch laat de wet van het Oude Verbond ons nog steeds Christus Jezus zien, in wie deze gehele wet zijn vervulling heeft. De wet is zeker niet door Christus buiten werking gesteld.
Mattheüs 5:17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
Galaten 3:10-13 Want allen die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: vervloekt is een ieder die zich niet houdt aan alles wat geschreven is in het boek der wet om dat te doen. En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven. Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.
Galaten 3:24-25 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.
Galaten 5:1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.
Galaten 5:18 Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.
Romeinen 3:31 Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.
Romeinen 6:14-15 - Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade. Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!
Wij maken "nog gebruik van de getuigenissen uit de Wet en de Profeten, om ons in het Evangelie te bevestigen en ook om overeenkomstig Gods wil ons leven in alle eerbaarheid in te richten tot zijn eer" (NGB, artikel 25).
Niet voor niets wordt elke zondag de wet voorgelezen in de kerkdiensten van veel kerkgenootschappen!
De betekenis van de rustdag
Wij mogen nu in nieuwtestamentische vrijheid omgaan met de Tien Geboden. Wij dienen echter altijd dat ene grote gebod, de wet van Christus - God liefhebben en onze naaste als onszelf - dat ook de essentie van de Tien Geboden weergeeft, voor ogen te houden. Om na te gaan wat het vierde gebod nu nog voor de nieuwtestamentische gemeente kan betekenen, kan worden gekeken naar de verschillende betekenissen die de rustdag had en heeft.
Zoals alle geboden heeft het vierde gebod dus meerdere betekenissen. Dat wij niet meer onder de wet van Mozes hoeven te leven, betekent niet dat gelijk de diepere betekenis van deze geboden aan de kant moet worden geschoven. Wij moeten onszelf voornemen, met de hulp van Gods Geest, invulling te geven aan die diepere betekenis, zoals deze ook is weergegeven in de Heidelbergse Catechismus (Zondag 34-44).
Zo mag een ieder die Christus volgt dagelijks - naar het vierde gebod - rusten van zijn geestelijke en lichamelijke arbeid en ingaan in de rust die Christus geeft. Dat is wat Christus bedoelde toen Hij zei:
Mattheüs 11:28 - Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
Het gaat niet om slechts één dag, maar om alle dagen van de week. Elke dag mag een christen rusten op de manier zoals Christus dat bedoeld heeft. Rusten in de wetenschap dat voor onze zonden is betaald. Daarvoor is geen speciale dag nodig, sterker nog, God neemt geen genoegen met slechts één dag. Elke dag is sinds Christus verlossingswerk heilig voor God. De sabbat of de zondag is niet meer heilig dan welke andere dag ook.
Het vierde gebod "wordt verkeerd uitgelegd als er een gebod in gezien wordt om de zaterdag als zevende dag van de week te vieren of als de bepalingen van de sabbatswet als eis aan de nieuwtestamentische gemeente worden voorgehouden. Dan wordt er niet mee gerekend, dat de sabbat een teken was en een schaduw van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is" (BGD, 94).
Colossenzen 2:16-17 Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.
Hetgeen betekent dat het vieren van de sabbat niet boven het vieren van de zondag mag worden gesteld. Maar ook andersom is af te keuren!
Gevaren van het vieren van de sabbat
Dat adventisten graag erop hameren dat de sabbat moet worden gevierd, kan worden verklaard doordat de sabbat een van de meest onderscheidende kenmerken van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten is. De sabbat is datgene geweest waaraan vele adventisten in de geschiedenis van de kerk, inclusief Ellen White, veel aandacht hebben geschonken. In de ogen van sommige adventisten kan iets wat Ellen White over de sabbat geschreven heeft niet onjuist zijn. Het gevaar dreigt dat echter dat de sabbat tot een schibbolet wordt gemaakt.
Wanneer de sabbat om de verkeerde redenen wordt gevierd, bestaat het gevaar dat de wet van Christus ondergesneeuwd raakt en de Judaïstische wet opnieuw komt bovendrijven, terwijl die laatste wet juist door Christus vervuld is.
Bovendien bestaat het gevaar dat het vieren van de sabbat wordt zien als een middel tot heiliging. Ook nu zijn er nog steeds adventisten die hierin geloven. Dit is niet verwonderlijk wanneer we zien dat ook nu nog de leer, dat zondagsvierders uiteindelijk het merkteken van het beest zullen krijgen, aandacht krijgt in de adventkerk.
Hoewel de tekst over het merkteken van het beest, die hiervoor bij de paragraaf over de sabbat wordt aangehaald, afkomstig is uit een gedateerd boek, zijn dit niet slechts geschreven woorden van Ellen White. Dit is de officiële leer van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten. Wanneer verschillende publicaties over de sabbat worden ingekeken, ook recente, wordt men eveneens geconfronteerd met deze leer. Voorbeelden zijn o.a. 'De dag die God schiep' (1992) van Reinder Bruinsma, secretaris van de Trans-Europese Divisie en 'Now That's Clear' (1994) van Leo Schreven, voorganger in de adventkerk in de Verenigde Staten. En ook in de bijbelgids voor de sabbatschool (tweede kwartaal 2000) wordt hier weer aandacht aan besteed (BGS 103/2, 34).
Verschillende argumenten worden aangehaald om het belang van de sabbat boven de zondag te verdedigen. Via onderstaande links wordt op deze argumenten ingegaan:
Tenslotte
In principe maakt het niet uit welke dag je viert. Wij zijn bevrijd van de wet van het Oude Verbond. Alleen wetticisme ("het staat in het Vierde Gebod") maakt een punt van het vieren van een specifieke dag. Voor de orde in de kerk is het echter praktisch dat er een bepaalde dag is waarop de samenkomsten worden georganiseerd. Waarom zou de eerste dag van de week, de zondag, dan niet geschikt zijn voor de samenkomst? Het is de dag waarop de Here uit de dood is opgestaan, de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis!
De opstanding heeft een centrale plaats in de nieuwtestamentische verkondiging van het heil in Christus. God heeft zichzelf geopenbaard in de daad van de opwekking van Jezus uit de doden. Jezus triomfeerde over de dood en zegt: "Ik ben de opstanding en het leven". Hij wil dat wij het leven in Hem zoeken en vinden. Zonder de opstanding van Christus zou het ontstaan van zijn gemeente een raadsel zijn. Zonder het heilsfeit van Pasen zou er zelfs geen kerk zijn. Jezus was op de dag van zijn verrijzenis al bezig met het bijeenbrengen van de zijnen. De Koning van Pasen vergadert zijn gemeente in de eenheid van het ware geloof (BGD, 452-454).
De zondag heeft nooit de naam 'sabbat' gekregen. Omdat de opstanding op zondag plaatsvond wordt, net als in de vroege kerk, de zondag dag des Heren genoemd, dag van Christus. Het is de dag waarop het brood aan de tafel des Heren werd gebroken en de beker des Heren gedronken werd.
Openbaring 1:10 Ik (Johannes) kwam in vervoering des Geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem.
1 Corinthiërs 10:21 - Gij kunt niet de beker des Heren drinken èn de beker der boze geesten, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben èn aan de tafel der boze geesten.
Zie verder:
| • | Heidelbergse Catechismus Zondag 38 |
| • | Nederlandse Geloofsbelijdenis Artikel 25 |
naar begin van document
Copyright © 2000-2007 G. Roelofs
|